In het kort
- Additieve fabricage verandert uw categorie niet. Bijlage II kent geen procesparameter — wat verandert is de bewijslast binnen de categorie, niet de categorie zelf.
- Een reparatie — het vervangen van een onderdeel in apparatuur die al in gebruik is — valt niet onder de PED maar onder nationaal recht (richtsnoer A-03, punt 2); vervangt u het héle apparaat door een nieuw, dan geldt de PED wél (punt 1). In Nederland loopt de reparatieroute via artikel 26 van het WBDA 2016, voor apparatuur die op grond van artikel 21 lid 1 keuringsplichtig is. Dat is een aanzienlijk lichtere route dan de meeste klanten vrezen.
- Er is géén AM-norm geharmoniseerd onder de PED. Zonder vermoeden van overeenstemming loopt de materiaalroute dwingend via een bijzondere materiaalbeoordeling (bijlage I punt 4.2 onder b, derde streepje) of een Europese materiaalgoedkeuring (art. 15).
- Het onderschatte kostenpunt is niet het printen maar het NDO: een as-built oppervlak laat zich slecht ultrasoon onderzoeken, en kritieke vlakken worden in de praktijk verspaand om inspecteerbaar te zijn.
De AM-route in vier pagina's — waar staat wat
De uitleg is verdeeld over vier pagina's, in de volgorde waarin de vragen zich in een project aandienen. Begint u opnieuw, loop ze dan van boven naar beneden door. Zoekt u één antwoord, spring er dan direct in.
- Deze pagina — waarom, welke methode, welk regime. De routewizard · waarom additief, en wat het kost · welke AM-methode bij drukapparatuur past · waar “mag ik dit printen” werkelijk uit bestaat · vraag 1: nieuw product of vervanging · vraag 2: verandert AM de categorie · vraag 3: het materiaal, in het kort
- Materiaal en PMA — vraag 3, volledig. Welke van de drie materiaalroutes geldt, wat er in een bijzondere materiaalbeoordeling hoort, beproevingsrichtingen en anisotropie, het kwaliteitssysteem van de materiaalfabrikant, en of uw DNV- of API-kwalificatie meetelt.
- Processen, personeel en NDO — vraag 4. Welke procesfamilie u gebruikt en wat dat juridisch verandert, punt 3.1.2 op een volledig geprint onderdeel, kwalificatie zonder geharmoniseerde norm via richtsnoer F-06, en het niet-destructief onderzoek.
- Dossier en sectorkaders. Wat de aangemelde instantie op tafel wil zien, en hoe DNV-ST-B203, API 20S en de ISO/ASTM 52926-reeks zich tot de PED verhouden.
Twee verdiepingspagina's liggen naast die route, voor wie verder wil dan één project: Europese materiaalgoedkeuring en uw PMA-bibliotheek — materiaalbewijs dat u hergebruikt · Normen in ontwikkeling — EN 13445-14 en wat harmonisatie vraagt.
Daarna: de haalbaarheidscheck — uw onderdeel door dezelfde route gehaald, met de uitkomst op papier.
Wat moet ik doen om dit onderdeel additief te laten maken?
Zes keuzes. De uitkomst is uw complete route: welk regime geldt, hoe u het materiaal aantoont, wat u aan kwalificatie en NDO nodig heeft, en welke documenten in het dossier horen. Gratis, en zonder dat u iets achterlaat.
Waarom zou u een onderdeel additief laten maken?
Zelden omdat het goedkoper is. Per kilo neergelegd metaal is additieve fabricage duurder dan plaat, pijp of een gietstuk uit een bestaande matrijs — en dat verandert de komende jaren niet. AM wint op drie andere assen: levertijd, geometrie en beschikbaarheid. Wie op prijs per kilo begint te rekenen, komt altijd uit op “doe maar niet”, en mist daarmee de gevallen waarin het wél de goedkoopste oplossing van het hele project is.
Wanneer additief de betere keuze is
- Het origineel is niet meer leverbaar. Een gietstuk waarvan de matrijs weg is, een appendage van een fabrikant die niet meer bestaat, een onderdeel met twintig weken levertijd terwijl de installatie stilstaat. Hier is de vergelijking niet “printen of gieten” maar “printen of stilstand”.
- Eén stuk of een handvol. Geen matrijs, geen model, geen minimale afname. Onder ongeveer tien stuks verdient gereedschap zich zelden terug; boven de honderd wint conventioneel bijna altijd.
- De vorm kan niet anders worden gemaakt. Inwendige kanalen die een boor niet haalt, wanddiktes die met de belasting meelópen, een overgangsstuk tussen twee flensmaten in één geheel.
- Minder verbindingen. Een samenstel van zes gelaste delen wordt één gebouwd deel. Dat scheelt naden, en elke naad die er niet is, hoeft ook niet te worden gekwalificeerd, onderzocht en beoordeeld (bijlage I punt 3.1.2). Dit is het argument dat onder de PED het snelst geld oplevert.
- Duur materiaal. Bij nikkellegeringen, duplex of titaan telt de verhouding tussen ingekocht en overgebleven materiaal zwaar; verspanen uit een blok gooit het grootste deel weg.
- Reparatie en opbouw. Slijtvlakken opbouwen op een bestaand onderdeel is voor DED een standaardtoepassing — let wel op: reparatie van apparatuur in gebruik valt onder nationaal recht, niet onder de PED (zie vraag 1).
Wat het u oplevert
- weken in plaats van maanden, zonder gereedschapskosten
- vormvrijheid en samenvoeging van delen: minder naden, minder lekpaden
- materiaal alleen waar het draagt
- digitale voorraad: het bestand ligt op de plank, niet het onderdeel
- lokale productie, korte keten
Wat het u kost
- geen geharmoniseerde norm, dus een bijzondere materiaalbeoordeling per materiaal en procesvenster
- anisotropie: eigenschappen loodrecht op de lagen wijken af
- eigenspanning en vervorming; meestal een warmtebehandeling erna
- as-built oppervlak is ruwer; hóéveel hangt van proces en parameters af — kritieke vlakken worden vaak verspaand om ultrasoon inspecteerbaar te zijn
- kwalificatie van werkwijze én personeel, vanaf categorie II door een instantie
- herleidbaarheid tot charge én bouwronde, niet alleen tot de leverbon
Wanneer u het beter niet doet
Een eenvoudige cilindrische mantel uit plaat, een standaardflens uit voorraad, een serie van duizend: daar is additieve fabricage duurder, trager én zwaarder te onderbouwen. Ook bij een onderdeel dat volledig binnen een bestaande geharmoniseerde norm valt, ruilt u met AM een vermoeden van overeenstemming in voor bewijslast. Doe dat alleen als er iets tegenover staat.
Welke AM-methode past bij drukapparatuur?
“3D-printen” is geen proces maar een verzameling processen die weinig met elkaar gemeen hebben. Voor drukdragende delen ligt het speelveld in de praktijk bij twee families: DED (materiaal wordt tijdens het neerleggen gesmolten) en PBF (een bed poeder wordt plaatselijk gesmolten). De rest is randgeval.
| Methode | Hoe het werkt | Opbouwsnelheid | Maat | Waar het bij drukapparatuur op neerkomt |
|---|---|---|---|---|
| DED-arc (WAAM) | booglassen met draad, laag op laag | hoog: orde 1–4 kg/h, met hoogrendementvarianten meer | meters; alleen begrensd door de robot | De enige familie waarin het onderdeel onmiskenbaar neergelegd lasmetaal is. Daardoor sluiten lasnormen, lasserskwalificatie en NDO-denken er goed op aan. Grove opbouw, dus royaal verspanen. |
| DED-LB, draad | laser smelt aangevoerde draad | midden: orde 0,5–2 kg/h | groot, machineafhankelijk | Fijner dan DED-arc, minder warmte-inbreng, duurdere installatie. Materiaalbewijs loopt langs dezelfde route. |
| DED-LB, poeder | laser smelt geblazen poeder | laag tot midden: orde 0,2–1 kg/h | groot; ook op bestaande delen | Sterk voor opbouw en reparatie op een bestaand oppervlak. Poederrendement is een verliespost en het hergebruik moet u onderbouwen. |
| PBF-LB | laser smelt een poederbed | laag: orde 0,05–0,3 kg/h | bouwkamer, in de praktijk tot enkele decimeters | Fijne details en inwendige kanalen, maar de maat begrenst het tot appendages en kleine drukdelen. Ondersteuningen en poederresten in kanalen zijn een eigen risico. |
| PBF-EB | elektronenstraal in vacuüm | laag, iets hoger dan PBF-LB | bouwkamer, klein | Minder eigenspanning door de hete bouwkamer, ruwer oppervlak, beperkte materiaalkeuze. Zelden gezien in drukapparatuur. |
| Binder jetting met sinteren | bindmiddel op poeder, daarna sinteren | hoog bij het printen, traag door het sinteren | klein tot middelgroot | Krimp van orde 15–20 % en restporositeit maken de sterkteonderbouwing zwaar. Voor drukdragend werk een uitzondering. |
| Koudgasspuiten | deeltjes hechten in vaste toestand | hoog | groot, op bestaand oppervlak | Geen smeltbad, dus geen lasmetallurgie — maar ook beperkte taaiheid en hechtsterkte. Coating en reparatie, geen drukdragende constructie. |
De vuistregel: grote, dikwandige, drukdragende delen gaan met DED; kleine, fijne delen met PBF. Ligt uw onderdeel daartussenin, dan beslist de wanddikte — vanaf enkele millimeters is een poederbed zelden nog de goedkoopste weg.
Wat uw keuze juridisch verandert — welk kwalificatiekader u kunt aanwijzen en wat het NDO betekent — staat op Processen, personeel en NDO.
Waar "mag ik dit printen" werkelijk uit bestaat
Klanten stellen één vraag. Er zitten er vier in, en ze worden vrijwel altijd door elkaar gehaald:
- Is het een nieuw product of een reparatie? Dit bepaalt of de PED überhaupt geldt.
- Verandert additieve fabricage de categorie? Nee — en dat scheelt minder dan u hoopt.
- Hoe toont u het materiaal aan? Hier zit het werk, en hier lopen projecten vast.
- Hoe kwalificeert u proces, personeel en NDO? Hier zit het geld dat niemand begroot.
Vier woorden die door elkaar worden gehaald
Op deze pagina komen een richtlijn, nationale regelgeving, richtsnoeren en normen langs. Ze wegen niet even zwaar, en dat verschil bepaalt hoe hard u een uitspraak kunt maken. Vandaar eerst de rangorde:
De richtlijn is de Europese wet: Richtlijn 2014/68/EU, in Nederland bekend als de PED. Regelgeving is hier het Nederlandse spoor voor de gebruiksfase, het Warenwetbesluit en de Warenwetregeling drukapparatuur 2016. Een richtsnoer is iets anders: dat is de uitleg die de Europese werkgroep “Druk” geeft bij lastige plekken in de richtlijn, in het Engels PED Guideline. Die uitleg is niet juridisch bindend — de bundel zegt dat zelf — maar aangemelde instanties en toezichthouders volgen haar in de praktijk, dus u wint een discussie zelden door ertegenin te gaan. Een norm ten slotte is altijd vrijwillig; alleen een geharmoniseerde norm levert het vermoeden van overeenstemming op.
Vraag 1: nieuw product of vervanging?
Dit is de belangrijkste splitsing en de meest over het hoofd geziene. Hij bepaalt of u een volledige conformiteitsbeoordeling doorloopt of een aanzienlijk lichtere route.
De Werkgroep Druk heeft dit expliciet beantwoord in PED-richtsnoer A-03. Drie situaties, drie uitkomsten:
| Situatie | Regime | Gevolg |
|---|---|---|
| Het onderdeel wordt als los drukapparaat, samenstel of appendage op de markt gebracht — of het hele apparaat wordt vervangen door een nieuw | Volledige conformiteitsbeoordeling onder de PED | Categorie volgens bijlage II, module volgens art. 14, CE-markering, aangemelde instantie vanaf categorie II |
| Het onderdeel repareert of vervangt een deel van apparatuur die al in gebruik is | Niet de PED, maar nationaal recht — in Nederland het WBDA 2016 | Artikel 26 WBDA, voor keuringsplichtige apparatuur (art. 21 lid 1): bijlage I van overeenkomstige toepassing behalve het aanbrengen van de CE-markering (lid 1); de gebruiker stelt de NL-CBI of NL-keuringsdienst van gebruikers onverwijld in kennis (lid 2) |
| Het onderdeel brengt een ingrijpende wijziging mee die de oorspronkelijke kenmerken, bestemming of het type verandert | Opnieuw in de handel brengen: de PED, als nieuw product | Volledige route. Waar de grens ligt, beoordeelt u per geval — het richtsnoer zegt dat er letterlijk bij |
De meeste "ons gietstuk is niet meer leverbaar"-vragen vallen in de tweede rij. Uw leverancier vertelt dat niet, want die verkoopt liever een nieuw apparaat. Uw aangewezen instelling vertelt het ook niet ongevraagd, want die krijgt de vraag pas als de knoop al is doorgehakt.
Vraag 2: verandert additieve fabricage de categorie?
Nee. Bijlage II deelt in op apparatuurtype, fase, stofgroep en de getallen PS en V of DN. Er staat geen procesparameter in. Een additief vervaardigd vat van 11 bar en 500 liter met perslucht komt in exact dezelfde categorie uit als hetzelfde vat uit plaatwerk. U kunt dat zelf natrekken met de gratis check.
Dat is het geruststellende deel. Het lastige deel is de zin erachter: wat verandert is de bewijslast binnen die categorie. Bij een gegoten of gewalst onderdeel pakt u een geharmoniseerde materiaalnorm en bent u klaar met bijlage I punt 4.2. Bij een additief vervaardigd onderdeel bestaat die norm niet, en dan begint het werk dat de rest van deze pagina beschrijft.
Praktisch gevolg: reken vóór u aan een AM-route begint uit waar u zit. Komt u op categorie I uit, dan is er geen aangemelde instantie en geen goedkeuring door een derde partij voor lasmethoden en personeel — de eigen goedkeuring en vakbekwaamheid van punt 3.1.2 blijven wel gelden — de route is dan veel korter dan de literatuur suggereert. Komt u op III of IV uit, dan is de materiaalbeoordeling door de aangemelde instantie onvermijdelijk en bepaalt die de doorlooptijd van uw hele project.
Vraag 3: het materiaal — in het kort
Dit is het zwaartepunt van het hele traject en heeft daarom een eigen pagina. De korte versie: er is geen geharmoniseerde AM-materiaalnorm, dus het vermoeden van overeenstemming vervalt en de route loopt via een bijzondere materiaalbeoordeling (bijlage I punt 4.2 onder b, derde streepje) of, zelden, een Europese materiaalgoedkeuring (artikel 15). Vanaf categorie III beoordeelt de aangemelde instantie die beoordeling apart (punt 4.2 onder c).
De vier stappen staan uitgewerkt op Materiaal en de bijzondere materiaalbeoordeling: welke route, wat u vastlegt, hoe u beproeft en wie beoordeelt.
AM-PED haalbaarheidscheck — € 450 excl. btw
Bovenstaande pagina beantwoordt de algemene vraag. De vraag die geld kost is de specifieke: komt dít onderdeel er doorheen, langs welke route, en wat gaat dat aan beproevingen kosten? Daar is dit voor.
Wat u krijgt: een memo van vier tot zes pagina's over één concreet onderdeel, binnen vijf werkdagen na ontvangst van de gegevens. Vaste prijs, geen nacalculatie.
- Regimebepaling — nieuw op de markt of vervanging onder artikel 26 WBDA, met de onderbouwing waarom.
- Categorie en module — doorgerekend met dezelfde engine als de gratis check, met de tabel en de grenswaarden eromheen.
- Materiaalroute — welke PMA-onderbouwing nodig is, welke beproevingen, in welke richtingen, en welke geharmoniseerde norm voor een vergelijkbare soort u moet meewegen.
- Kwalificatieplan — bouwprocedure en operator, wie wat goedkeurt, en vanaf welke categorie dat een aangemelde instantie of erkende onafhankelijke instelling moet zijn.
- NDO-plan — methode per vlak, acceptatiecriterium met onderbouwing, en de verspaningsvraag expliciet beprijsd.
- Dossierlijst en knelpunten — wat er in het technisch dossier moet, plus een reële inschatting van doorlooptijd en waar het misloopt.
Wat ik nodig heb: een tekening of 3D-model, het beoogde materiaal en proces, PS en V of DN, het medium en de bedrijfstemperatuur, en of het apparaat nieuw is of al in gebruik. Het aanvraagformulier vraagt dat in vier stappen uit; u krijgt een dossiernummer en een link waarmee u erop terug kunt komen.
Vraag de haalbaarheidscheck aan
De aanvraag zelf is gratis en vrijblijvend: u krijgt binnen twee werkdagen te horen of het onderdeel zich hiervoor leent, met de bevestiging van de vaste prijs voordat er iets begint. Heeft u al een dossier, dan opent u het op de dossierpagina.
Dit is advies over de route en het bewijs, geen conformiteitsbeoordeling. De beoordeling zelf blijft voorbehouden aan de fabrikant en, waar de richtlijn dat eist, aan een aangemelde instantie.
Veelgestelde vragen
Verandert additive manufacturing mijn PED-categorie?
Nee. Bijlage II deelt in op apparatuurtype, fase, stofgroep en de getallen PS en V of DN; er staat geen procesparameter in. Wat verandert is de bewijslast binnen de categorie: zonder geharmoniseerde materiaalnorm loopt de materiaalroute via een bijzondere materiaalbeoordeling of een Europese materiaalgoedkeuring.
Mag ik een gietstuk vervangen door een geprint onderdeel?
Blijft het bij een reparatie — hetzelfde apparaat, een vervangen onderdeel — dan is dat volgens richtsnoer A-03 punt 2 geen zaak van de PED maar van nationaal recht. In Nederland geldt dan artikel 26 van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016, en alleen voor apparatuur die op grond van artikel 21 lid 1 keuringsplichtig is: bijlage I van de richtlijn is van overeenkomstige toepassing met uitzondering van het aanbrengen van de CE-markering (lid 1), en de gebruiker stelt de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers onverwijld in kennis (lid 2). Vervangt u het héle apparaat door een nieuw, dan valt dat wél onder de PED (A-03 punt 1). Verandert de vervanging de oorspronkelijke kenmerken, bestemming of het type, dan geldt het als opnieuw in de handel brengen en loopt u de volledige PED-route.
Is er een geharmoniseerde norm voor additive manufacturing onder de PED?
Nee. In de lijst met geharmoniseerde normen onder Richtlijn 2014/68/EU zoals opgesteld op 13-01-2026, na Uitvoeringsbesluit (EU) 2026/79, staat geen enkele AM-norm: niet de ISO/ASTM 52900-reeks, niet AWS D20.1, geen EN-deel over additieve fabricage. Er is dus geen vermoeden van overeenstemming langs die weg.
Eerst weten in welke categorie uw onderdeel valt?
De gratis check geeft de tabel, de categorie en de toegestane modules — identiek voor een geprint en een gegoten onderdeel. Daarna weet u welk bewijs u moet opbouwen.
Start de gratis check of bekijk het uitgebreide rapport