PED-Check · ped-check.nl
PED-categorieUitlegKeuringsplicht NLBeproevingsdrukRapport bestellen
PED & AM
EN · English version

AM-processen, personeel en niet-destructief onderzoek

Vraag 4 van de AM-route. De categorie ligt vast, de materiaalroute is bekend — dan komt de vraag wie er mag bouwen, waarmee, en hoe u aantoont dat wat eruit komt geen gebreken bevat. Hier ligt de tweede grote onderschatting na het materiaal: het onderzoek.

PED-Check › Uitleg › AM-processen en kwalificatie

In het kort

Welk AM-proces u gebruikt, verandert de juridische vraag

Het meeste dat over de PED en additieve fabricage wordt geschreven, gaat stilzwijgend over WAAM. Dat is niet onschuldig: van de drie procesfamilies is WAAM juist de enige waarin het onderdeel onmiskenbaar neergelegd lasmetaal is. Voor een poederbedproces of binder jetting valt dat argument grotendeels weg, en dan ziet uw route er anders uit.

Smelten met toevoegdraadDED-arc (WAAM)DED-LB met draadHet onderdeel is neergelegdlasmetaalpunt 3.1.2 het sterkstSmelten uit een poederbedPBF-LB (laser)PBF-EB (elektronenstraal)Smeltproces, maar geenverbinding tussen delenpunt 3.1.2 pleitbaarZonder smeltenBinder jetting + sinterenkoudgasspuitenVormgevend proces, dichter bijpoedermetallurgiepunt 3.1.2 het zwakstWat voor élk AM-proces gelijk blijftde PED-categorie verandert niet, en zonder geharmoniseerde AM-norm loopt het materiaal via een PMA
ProcesUitgangsmateriaalWat dat juridisch doetOperatorkwalificatie
DED-arc
(WAAM)
Lasdraad — een lastoevoegmateriaal in de zin van richtsnoer G-10Het onderdeel is volledig neergelegd lasmetaal. Punt 3.1.2 over permanente verbindingen ligt hier het meest voor de hand, en de draadval hieronder speelt in volle omvangISO/ASTM 52926-5
DED-LB
(laser, draad of poeder)
Draad of poederZelfde redenering als DED-arc bij draad. Bij poeder is het uitgangsmateriaal geen lastoevoegmateriaal, maar het resultaat is nog steeds opgesmolten metaalISO/ASTM 52926-4
PBF-LB
(laserpoederbed)
MetaalpoederSmeltproces, maar er worden geen twee delen verbonden. Punt 3.1.2 is pleitbaar en verdedigbaar, maar minder vanzelfsprekend; de richtsnoeren over lastoevoegmateriaal gelden nietISO/ASTM 52926-2
PBF-EB
(elektronenstraal­poederbed)
MetaalpoederAls PBF-LB. Let daarnaast op de vacuümomgeving en de hogere bouwtemperatuur: die horen bij het procesvenster en dus bij het materiaalgegevenISO/ASTM 52926-3
Binder jetting
+ ontbinden en sinteren
Metaalpoeder met bindmiddelGeen smeltproces. Dit staat dichter bij poedermetallurgie dan bij lassen; punt 3.1.2 is hier het moeilijkst vol te houden. De krimp bij sinteren is een eigen beheersingsvraaggeen eigen deel in de 52926-reeks
KoudgasspuitenMetaalpoederVaste-stofproces zonder smelten, meestal voor opbouw op een bestaand deel. Vrijwel altijd een reparatiediscussie, geen nieuwbouwdiscussiegeen eigen deel in de 52926-reeks
Waarom dit ertoe doet. Alles op deze pagina over de categorie, de materiaalroute en het dossier geldt voor elk van deze processen. Alles wat hieronder over punt 3.1.2 en over lastoevoegmateriaal staat, is proces­afhankelijk. Wie een PBF-onderdeel beoordeelt met een WAAM-redenering, verdedigt meer dan nodig is — en wie het omgekeerd doet, verdedigt te weinig.
Vindplaatsen: ISO/ASTM 52926-reeks, “Additive manufacturing of metals — Qualification principles”, deel 2 (PBF-LB), deel 3 (PBF-EB), deel 4 (DED-LB) en deel 5 (DED-Arc), alle 2023; PED-richtsnoeren G-10 en G-12 (lastoevoegmateriaal); bijlage I punt 3.1.2. De indeling naar procesfamilie en de gevolgtrekking per familie zijn mijn lezing, niet die van de richtlijn.

Vraag 4: proces, personeel en NDO

Slaat punt 3.1.2 op het hele onderdeel?

Bijlage I punt 3.1.2 eist dat permanente verbindingen en het aangrenzende gebied vrij zijn van oppervlakte- en inwendige gebreken, en dat zowel de werkwijzen als het personeel zijn goedgekeurd. Bij WAAM is het hele onderdeel neergelegd lasmetaal. Er is dan geen naad die u kunt aanwijzen — er is alleen naad.

Mijn lezing: punt 3.1.2 slaat dan op het gehele onderdeel. Dat is de conservatieve en verdedigbare lezing, en het is de lezing waarmee u bij een aangemelde instantie geen discussie krijgt. Het is uitdrukkelijk geen wettekst en geen richtsnoer — de Werkgroep Druk heeft zich hier niet over uitgesproken. Steun voor de richting geeft richtsnoer F-05: punt 3.1.2 en 3.1.3 gelden ook voor andere permanente verbindingen dan lasverbindingen, waaronder solderen, expanderen, lijmen en klinken. Het criterium is de definitie van artikel 2 punt 13, niet het proces.

Er is geen geharmoniseerde norm — en de richtlijn heeft daar een antwoord op

Dit is het stuk dat in AM-discussies stelselmatig wordt overgeslagen. PED-richtsnoer F-06 beschrijft precies wat u doet als er voor de goedkeuring van personeel voor permanent verbinden géén geharmoniseerde norm bestaat: de fabrikant verwijst naar een bestaand document — een normontwerp, een vakdocument, een leidraad, een document van een erkende instelling of aangemelde instantie, of een eigen bedrijfsdocument — of stelt zelf een specifiek document op. Dat document moet ten minste vier dingen vastleggen:

Voor DED-arc past dat naadloos: ISO/ASTM 52926-5:2023 gaat specifiek over de kwalificatie van operators voor DED-arc en is precies het "bestaande document" dat F-06 bedoelt. De mate van automatisering is bij WAAM niet toevallig genoemd — het verschil tussen een operator die een baanplan aanpast en een operator die op start drukt, is een kwalificatiebereikverschil.

Voor de procedurekant is de tegenhanger een bouwprocedurekwalificatie in plaats van een WPQR voor één naad: hetzelfde principe, maar het geldigheidsbereik wordt uitgedrukt in bouwparameters en bouwrichtingen in plaats van in plaatdikte en lasposities.

Vanaf categorie II moet de goedkeuring van werkwijzen en personeel van een aangemelde instantie of een erkende onafhankelijke instelling komen; vanaf categorie III geldt dat ook voor het personeel dat het niet-destructief onderzoek uitvoert (punt 3.1.3), en die goedkeuring kan uitsluitend van een door een lidstaat erkende onafhankelijke instelling komen.

Vindplaatsen: bijlage I punt 3.1.2 (permanente verbindingen: werkwijzen en personeel) en punt 3.1.3 (NDO-personeel); art. 2 punt 13 (definitie permanente verbinding); art. 20 (aanmelding en erkenning); PED-richtsnoeren F-05 en F-06; ISO/ASTM 52926-5:2023, "Additive manufacturing of metals — Qualification principles — Part 5: Qualification of operators for DED-Arc".

Het NDO is het onderschatte kostenpunt

Ervaringsuitspraak, geen wettekst. Wat hieronder staat volgt uit praktijk, niet uit de richtlijn. Het is wel het punt waarop AM-projecten in mijn ervaring het vaakst uit budget lopen.
Vindplaatsen bij de ruwheidscijfers: EN ISO 17640 (ultrasoon onderzoek van lassen: eisen aan het scanoppervlak); ISO 25178-2 (parameters voor oppervlaktetextuur). De genoemde ordegroottes komen uit het overzichtsartikel “Factors Affecting the Surface Roughness of the As-Built Additively Manufactured Metal Parts: A Review”, Metals 2025, 15(10), 1069 — geraadpleegd 02-09-2026. Het zijn ordegroottes uit literatuur, geen normwaarden en geen belofte over uw machine.

Veelgestelde vragen

Geldt punt 3.1.2 over permanente verbindingen op een volledig geprint onderdeel?

Dat is een interpretatievraag; de Werkgroep Druk heeft er geen richtsnoer over uitgebracht. Mijn lezing is dat punt 3.1.2 op het gehele onderdeel slaat, omdat het bij WAAM in zijn geheel uit neergelegd lasmetaal bestaat. Steun voor die richting geeft richtsnoer F-05, waarin punt 3.1.2 en 3.1.3 ook gelden voor niet-gelaste permanente verbindingen zoals solderen, expanderen en lijmen: het criterium is de definitie van artikel 2 punt 13, niet het proces.

Moet ik mijn operators kwalificeren als er geen geharmoniseerde norm is?

Ja. Bijlage I punt 3.1.2 eist goedkeuring van werkwijzen én personeel voor permanente verbindingen, ongeacht of er een norm voor bestaat. PED-richtsnoer F-06 beschrijft wat u doet als die norm ontbreekt: u verwijst naar een bestaand document of stelt zelf een specifiek document op, dat in elk geval de apparatuur, de mate van automatisering, de voorwaarden voor het proefstuk en het geldigheidsbereik vastlegt. Voor DED-arc is ISO/ASTM 52926-5:2023 zo'n bestaand document. Vanaf categorie II moet die goedkeuring van een aangemelde instantie of een erkende onafhankelijke instelling komen.

Weet u al in welke categorie uw onderdeel valt?

De kwalificatie-eisen hangen aan de categorie: vanaf II een aangemelde instantie of erkende instelling, vanaf III ook voor het NDO-personeel. De gratis check geeft de categorie in een minuut.

Start de gratis check of bekijk het uitgebreide rapport

Verder lezen