In het kort
- Een aangemelde instantie beoordeelt geen printer maar een dossier. Wat zij op tafel wil zien is opsombaar — en het is meer dan een materiaalcertificaat.
- Geen van de AM-sectorkaders is geharmoniseerd onder de PED. Ze geven dus geen vermoeden van overeenstemming, hoe volledig ze verder ook zijn.
- Waar ze wel voor dienen: als het “bestaande document” dat richtsnoer F-06 bedoelt, en als bewijsmateriaal binnen uw bijzondere materiaalbeoordeling.
- De besparing zit in de volgorde: plan uw sectorkwalificatie zó dat de beproevingen die de PMA nodig heeft in dezelfde campagne meelopen.
Wat de aangemelde instantie op tafel wil zien
Voor een additief vervaardigd drukdragend onderdeel in categorie II of hoger komt dit erbij, bóvenop het gewone technisch dossier:
| Document | Wat erin moet | Grondslag |
|---|---|---|
| Bijzondere materiaalbeoordeling (PMA) | Materiaal én procesvenster, eigenschappen per bouwrichting, vergelijking met de eigenschappen uit een geharmoniseerde norm voor een vergelijkbare soort | bijlage I 4.2 b 3e streepje; richtsnoer I-13 |
| Beoordelingsverslag van de PMA | Specifieke beoordeling door de aangemelde instantie — verplicht vanaf categorie III | bijlage I 4.2 c |
| Bouwprocedurekwalificatie | Vastgelegd procesvenster met essentiële parameters, geldigheidsbereik in bouwrichtingen en dikten | bijlage I 3.1.2 |
| Operatorkwalificatie | Apparatuur, automatiseringsgraad, proefstukvoorwaarden, geldigheidsbereik en -duur | bijlage I 3.1.2; richtsnoer F-06 |
| NDO-plan met acceptatiecriteria | Methode per vlak, onderbouwing waarom het criterium past bij laagsgewijs materiaal, en welke vlakken verspaand worden om inspecteerbaar te zijn | bijlage I 3.1.3, 3.2 |
| Materiaal- en chargedocumentatie | Keuringsdocument van de draadfabrikant, herleidbaarheid tot charge en bouwronde, en voor de belangrijkste drukdragende delen een 3.1 op het onderdeel | bijlage I 3.1.5, 4.3; richtsnoeren G-05, G-06, G-10 |
| Beproevingsverslag | Drukproef volgens punt 7.4, met de berekende beproevingsdruk en de beproevingstoestand als eigen belastinggeval | bijlage I 3.2.2, 7.4 |
Wie deze zeven op orde heeft vóórdat hij de aangemelde instantie belt, houdt de regie. Wie ze onderweg opbouwt, laat de instantie het tempo bepalen.
Sectorkaders naast de PED
Er bestaan inmiddels uitgewerkte kaders voor kwalificatie van AM-fabricage. Ze zijn bruikbaar, maar het is belangrijk te weten wat ze wel en niet doen.
| Kader | Wat het geeft | Status onder de PED |
|---|---|---|
| DNV-ST-B203 Additive manufacturing editie november 2025; sinds deze editie vallen ook niet-metalen AM-processen binnen het toepassingsgebied, vandaar de ingekorte titel | Kwalificatie van fabricagelocatie, bouwproces en onderdeel, ingedeeld in vier additive-manufacturingcategorieën: AMC 0 voor niet-kritische delen (alleen herleidbaarheid en algemeen kwaliteitsbeheer, geen kwalificatieschema), en AMC 1 tot en met AMC 3 bij oplopende kritikaliteit. Bij AMC 3 wordt bovendien de kritieke doorsnede van het onderdeel apart benoemd | Niet geharmoniseerd — geen vermoeden van overeenstemming |
| API 20S Additively Manufactured Metallic Components for Use in the Petroleum and Natural Gas Industries tweede editie, februari 2025; de eerste editie dateert van oktober 2021 | Drie specificatieniveaus — AMSL 1, 2 en 3 — met oplopende technische, kwaliteits- en kwalificatie-eisen; dekt poederbedfusie, directed energy deposition en binder jetting | Niet geharmoniseerd |
| ISO/ASTM 52900-reeks | Terminologie, kwalificatiebeginselen, procesbesturing; deel 52926-5 specifiek voor DED-arc-operators | Niet geharmoniseerd |
| AWS D20.1 | Amerikaanse specificatie voor fabricage van metalen onderdelen met additieve fabricage | Niet geharmoniseerd |
| Klassebureau-eisen (o.a. ABS, DNV, Lloyd's) | Aanvaardingsroutes voor scheeps- en offshoretoepassingen | Eigen regime, naast de PED |
Geen van deze kaders geeft een vermoeden van overeenstemming met de PED. Wat ze wél geven is een gestructureerde onderbouwing die een aangemelde instantie herkent — kwalificatie van locatie, proces en onderdeel in dezelfde volgorde waarin de PED zijn bewijs wil zien. Als u toch al een van deze trajecten doorloopt, is het verstandig de PMA en de bouwprocedurekwalificatie zo op te stellen dat één set beproevingen beide doelen dient. Dat scheelt een bouwronde.
Concreet: uw B203-operatorkwalificatie dekt wat richtsnoer F-06 vraagt
Dit is het punt waar de twee werelden elkaar raken, en het wordt vrijwel nooit gemaakt. Hierboven stond dat PED-richtsnoer F-06 vier dingen eist van het document waarmee u personeel voor permanent verbinden goedkeurt als er geen geharmoniseerde norm is. DNV-ST-B203 regelt de kwalificatie van AM-operators in paragraaf 5.4.2. Leg ze naast elkaar:
| Wat F-06 eist | Waar DNV-ST-B203 dat regelt |
|---|---|
| De apparatuur die het personeel gebruikt | § 5.4.2.3 — de procedure legt de begrenzing naar machine-opstelling, merk en model vast |
| De mate van automatisering en welke handelingen het personeel werkelijk verricht | § 5.4.2.2 — de operator toont de essentiële handelingen aan: materiaalwissel, opstellen en bedienen, onderhoud en kalibratie |
| De voorwaarden voor het proefstuk en de te behalen resultaten | § 5.4.2.2 — praktijk- én theoriedeel, met een minimale periode begeleide praktijk en een aantoonbare kennistoets |
| Het geldigheidsbereik en de geldigheidsduur | § 5.4.2.4 en 5.4.2.5 — geldig zolang de operator de taken regelmatig uitvoert, met herkwalificatie na een door de fabrikant bepaalde onderbreking; en niet overdraagbaar naar een andere fabrikant |
Alle vier gedekt. Loopt u al een B203-traject, dan hééft u het document dat F-06 vraagt — u moet het alleen als zodanig aanbieden aan de aangemelde instantie, met de verwijzing naar F-06 erbij, in plaats van het als een los DNV-document te presenteren. Dat scheelt een discussie die anders makkelijk twee maanden kost.
Eenzelfde aansluiting zit in § 5.4.2.6: de norm laat uitdrukkelijk toe dat u in plaats van de eigen procedure een nationaal of internationaal erkend kwalificatieschema voor AM-operators gebruikt. Dat is precies de opening waarlangs ISO/ASTM 52926-5 voor DED-arc naar binnen komt — en F-06 noemt zo'n normontwerp of vakdocument met zoveel woorden als aanvaardbare grondslag.
Veelgestelde vragen
Kan ik DNV-ST-B203 of API 20S gebruiken om aan de PED te voldoen?
Ze helpen, maar ze voldoen niet. Geen van beide is geharmoniseerd onder de PED, dus ze geven geen vermoeden van overeenstemming. Op onderdelen sluiten ze wel aan: paragraaf 5.4.2 van DNV-ST-B203 over kwalificatie van AM-operators dekt alle vier de elementen die PED-richtsnoer F-06 eist van een goedkeuringsdocument bij ontbrekende geharmoniseerde norm. Loopt u al een B203-traject, bied dat document dan als zodanig aan, met de verwijzing naar F-06. Stel daarnaast uw beproevingsplan zo op dat één set proefstukken zowel het sectorkader als de bijzondere materiaalbeoordeling bedient.
Wat betekenen AMC en AMSL?
Het zijn de kritikaliteitsindelingen van de twee sectorkaders, en ze zijn niet uitwisselbaar. DNV-ST-B203 kent vier additive-manufacturingcategorieën: AMC 0 voor niet-kritische delen, waarbij alleen herleidbaarheid en algemeen kwaliteitsbeheer gelden en geen kwalificatieschema, en AMC 1 tot en met 3 bij oplopende kritikaliteit, waarbij bij AMC 3 de kritieke doorsnede apart wordt benoemd. API 20S kent drie specificatieniveaus, AMSL 1 tot en met 3. Geen van beide indelingen zegt iets over uw PED-categorie: die volgt uitsluitend uit bijlage II.
Wilt u weten of uw geval haalbaar is?
De haalbaarheidscheck loopt de hele route na op uw onderdeel: regime, categorie, materiaalroute, kwalificatie en dossier — met de uitkomst en de vindplaatsen op papier.
Start de gratis check of bekijk het uitgebreide rapport