PED-Check · ped-check.nl
PED-categorieUitlegKeuringsplicht NLBeproevingsdrukRapport bestellen
PED & AM
EN · English version

Beproevingsdruk berekenen

De minimale hydrostatische proefdruk van een drukvat volgt uit bijlage I punt 7.4 van Richtlijn 2014/68/EU: de hoogste van twee waarden. De richtlijn geeft die twee waarden zonder formule; de spanningsverhouding waarmee de eerste wordt uitgerekend komt uit de norm, niet uit punt 7.4. De module hieronder rekent het per apparaattype uit — gratis, met een onderbouwingsregel per stap, zodat u het getal in uw dossier kunt verantwoorden.

PED-Check › Uitleg › Beproevingsdruk

In het kort

Uw gegevens

Alleen PS is verplicht. Vult u de materiaalgegevens niet in, dan krijgt u de ondergrens van 1,43 × PS.

Verticale afstand tussen het hoogste vloeistofniveau tijdens de proef en het laagste punt van het systeem. Laat leeg als de kolom verwaarloosbaar is.
Leeg laten betekent water bij omgevingstemperatuur: 1000 kg/m³.

Materiaalgegevens — optioneel, maar nodig voor de temperatuurterm van punt 7.4

Rekgrens bij de temperatuur waarbij u beproeft, meestal omgevingstemperatuur.
Rekgrens bij TS, uit de materiaalnorm of het certificaat.
— MINIMALE BEPROEVINGSDRUK
Wilt u dit als pdf voor uw dossier?

Twee tot drie pagina's met uw invoer, beide termen naast elkaar, de spanningsverhouding tegen het kantelpunt, de statische kolom, de volledige onderbouwing met de normclausules en de praktijkpunten voor de uitvoering. Gratis, geen account.

Uw technische invoer wordt niet opgeslagen. Uw adres gebruiken wij om u de pdf te sturen en maximaal drie korte mails over veelgemaakte fouten bij drukapparatuur; afmelden kan in elke mail.

Waar dit getal vandaan komt

Bijlage I punt 7.4 schrijft voor drukvaten voor dat de hydrostatische proefdruk van punt 3.2.2 ten minste gelijk is aan de hoogste van twee waarden: de druk die overeenkomt met de maximale belasting waaraan de apparatuur in bedrijf kan worden onderworpen, gelet op de maximaal toelaatbare druk en de maximaal toelaatbare temperatuur, vermenigvuldigd met 1,25 — en de maximaal toelaatbare druk vermenigvuldigd met 1,43.

Let op wat er in het eerste streepje wél en niet staat. De richtlijn noemt géén spanningsverhouding; zij zegt alleen “gelet op de maximaal toelaatbare druk en de maximaal toelaatbare temperatuur”. De invulling van die zinsnede als 1,25 × PS × fproef/fontwerp komt uit de norm — voor onbevuurde drukvaten EN 13445-5 §10.2.3.3.1 — en niet uit punt 7.4. Deze module rekent daarom met een bronetiket per stap: wet voor 1,43 × PS, norm voor de temperatuurterm. Punt 7.1.2 hoort bij het ontwerp: het legt per materiaalsoort de bovengrens van de toelaatbare algemene membraanspanning vast en maakt geen deel uit van de formule van punt 7.4; de module gebruikt die grenzen om uw ingevoerde spanningen te toetsen.

Wanneer wordt welke term maatgevend?

Zodra de verhouding fproef/fontwerp groter is dan 1,144 (dat is 1,43 gedeeld door 1,25) wint de temperatuurterm. Blijft de verhouding daaronder, dan geldt altijd 1,43 × PS. Praktisch: bij een vat dat op omgevingstemperatuur ontwerpt, is 1,43 × PS vrijwel altijd het antwoord; bij een vat dat warm draait kantelt het.

Vindplaatsen: bijlage I punt 3.2.2 (eindbeoordeling, drukproef) en punt 7.4 (hydrostatische proefdruk), met de spanningsgrenzen per materiaalsoort in punt 7.1.2, Richtlijn 2014/68/EU.

Geldt dit ook voor leidingen, ketels en appendages?

Punt 7.4 opent met "voor drukvaten"; punt 3.2.2 trekt de waarde door naar alle drukapparatuur "indien dat passend is". Per type, met de eisen die de norm er zelf bij stelt:

De faalmodus is telkens dezelfde: het getal overnemen zonder de bijbehorende normeisen, en er staat een te lage of juist ontoelaatbaar hoge proefdruk in het protocol.

De proef uitvoeren: waar het in de praktijk misgaat

De druk berekenen is het makkelijke deel. Dit is wat een aangemelde instantie of een NL-CBI-inspecteur bij de proef daadwerkelijk ziet.

Manometerkeuze en de 10-tot-2-regel

10 uur2 uur28 %72 %0schaaleindePtPt = beproevingsdrukToegestaan volgens 10-tot-228 % tot 72 % van de schaal —schaaleinde 1,4 tot 3,6 x PtAanbevolen bereikregelschaaleinde 1,5 tot 2 x Pt — wijzertussen 12 uur en half tweeDe bereikregel is de strengste van detwee: wie die volgt, voldoet automatischaan 10-tot-2. Andersom niet.
Schaal 270 graden, nul op 7:30 — de standaardindeling van een bourdonmeter.

Kies een bereik van anderhalf tot twee keer de beproevingsdruk. Op de werkvloer controleert u dat met de 10-tot-2-regel: bij de beproevingsdruk hoort de wijzer van een analoge meter tussen de 10-uur- en de 2-uurstand te staan, oftewel tussen 28 % en 72 % van de volle schaal. Onderin is de afleesfout te groot, bovenin ontbreekt marge tegen doorschieten.

De bereikregel is de strengste van de twee: schaaleinde op anderhalf tot twee maal de druk zet de wijzer tussen half twee en 12 uur, en daarmee voldoet u automatisch aan 10-tot-2. Andersom geldt dat niet — 10-tot-2 laat schaaleinden tot ongeveer 3,6 maal de druk toe. Serienummer van de meter hoort in het rapport.

Vier punten waar drukproefrapporten op sneuvelen

Ervaringsuitspraken, geen normeisen. De manometerregels hierboven en de vier punten hieronder — de 10-tot-2-band, de bereikregel, de kalibratietermijn van twaalf maanden, de watertemperatuur en de houdtijdregels — staan niet in Richtlijn 2014/68/EU. Het zijn werkafspraken uit de praktijk die een beoordelaar doorgaans verwacht; uw eigen norm, klantspecificatie of instantie kan er iets anders van maken. Normtekst is auteursrechtelijk beschermd en wordt hier niet gereproduceerd: waar een norm wordt genoemd, staat alleen het nummer en de clausule.

Het uitgebreide PED-rapport behandelt de volledige uitvoering — vullen en ontluchten, gefaseerde drukopbouw, veiligheidsafstand en overdrukbeveiliging, de standpijpmethode bij ontwerpdruk 0 bar, en het onderscheid tussen de aangemelde instantie en de NL-CBI bij de hold points — plus een invulbaar drukproefprotocol als bijlage.

Wat telt er nog meer mee bij de proef?

Drie dingen. De statische vloeistofkolom telt op het laagste punt mee bij de proefdruk — vul de hoogte hierboven in, de module rekent hem mee. De beproevingstoestand is een eigen belastinggeval in de sterkteberekening; de constructie moet de proefdruk kunnen dragen. En punt 3.2.2 staat een andere erkende proef toe wanneer de hydrostatische proef schadelijk of niet mogelijk is, mits met aanvullende maatregelen zoals niet-destructief onderzoek.

Hoe betrouwbaar is deze rekenmodule?

De materiaalgrenzen en de factoren 1,25 en 1,43 komen rechtstreeks uit de richtlijntekst (PB L 189 van 27-6-2014, blz. 213–214), niet uit een secundaire bron; de spanningsverhouding en de normspecifieke afwijkingen komen uit de genoemde normen en zijn als zodanig geëtiketteerd. Afgedekt met een testsuite van 47 gevallen: de zes rekengevallen van punt 7.1.2 (vijf materiaalsoorten, austenitisch staal in twee varianten), het kantelpunt 1,144 en een rastercontrole over ruim 4.000 combinaties. Drukwaarden worden naar boven afgerond, want punt 7.4 is een minimum. De uitkomst is indicatief en vervangt geen sterkteberekening of uitspraak van een aangemelde instantie. Voor vaten, leidingen en ketels is zij een ondergrens; voor appendages uitdrukkelijk niet — daar geeft de module een referentiewaarde en zegt dat er ook bij.

In het uitgebreide rapport: deze uitwerking toegespitst op úw apparaat — de beproevingsdruk met bronetiket (wet, norm of referentiewaarde), de tekening van de drukproefopstelling en het beproevingsprotocol van bijlage B, uitgeschreven in plaats van als uitklapveld. Bekijk het rapport →

Veelgestelde vragen

Wat is de minimale beproevingsdruk onder de PED?

Voor drukvaten: de hoogste van 1,25 maal de druk die overeenkomt met de maximale belasting in bedrijf, gelet op PS en TS, en 1,43 maal de maximaal toelaatbare druk PS (bijlage I punt 7.4). Punt 3.2.2 trekt die waarde door naar andere apparatuur indien dat passend is.

Wanneer is de temperatuurterm maatgevend in plaats van 1,43 × PS?

Zodra de verhouding tussen de toelaatbare spanning bij beproevingstemperatuur en die bij ontwerptemperatuur boven 1,144 uitkomt, dat is 1,43 gedeeld door 1,25. Die verhouding komt uit de norm (EN 13445-5 §10.2.3.3.1 voor onbevuurde vaten); punt 7.4 zegt alleen “gelet op de maximaal toelaatbare druk en de maximaal toelaatbare temperatuur”. Blijft de verhouding daaronder, dan geeft 1,43 × PS altijd de hoogste waarde.

Telt de vloeistofkolom mee in de beproevingsdruk?

Ja. Op het laagste punt van een staand of hoog apparaat telt de statische kolom op bij de druk. Punt 7.4 regelt dat niet; de productnorm en uw procedure doen dat wel — en het overslaan ervan is een veelvoorkomende bevinding bij een bijgewoonde proef. Vul de hoogte in de module in, dan wordt hij meegerekend.

Mag ik pneumatisch beproeven in plaats van hydrostatisch?

Punt 3.2.2 staat een andere erkende proef toe wanneer de hydrostatische proef schadelijk of niet uitvoerbaar is, mits vooraf aanvullende maatregelen zoals niet-destructief onderzoek zijn genomen. Het is de uitzondering, niet de standaard, en het vraagt afstemming met de betrokken instantie.

Is een hogere beproevingsdruk altijd veiliger?

Nee. De beproevingstoestand is een eigen belastinggeval: aangetoond moet worden dat de constructie de proefdruk draagt. De proefdruk verhogen zonder dat belastinggeval na te rekenen kan het apparaat beschadigen dat u juist wilde aantonen.

Wilt u het getal voor úw apparaat?

Het uitgebreide rapport geeft de beproevingsdruk voor uw apparaat met het bronetiket (wet, norm of referentiewaarde), de tekening van de proefopstelling en een invulbaar beproevingsprotocol.

Start de gratis check of bekijk het uitgebreide rapport

Verder lezen