In het kort
- De richtsnoeren kennen drie uitkomsten: het héle apparaat vervangen valt onder de PED, een reparatie valt eronder vándaan en onder nationaal recht, en een ingrijpende wijziging maakt er een nieuw product van.
- Of iets “ingrijpend” is, hangt niet af van de kosten of de omvang van het werk maar van drie criteria uit de Blauwe Gids: veranderen de oorspronkelijke prestaties, het doel of het type, verandert daarmee het gevaar, en komt het weer op de markt of in bedrijf.
- In Nederland geldt voor keuringsplichtige apparatuur artikel 26 van het WBDA 2016: bijlage I van overeenkomstige toepassing behalve de CE-markering, de instantie vooraf in kennis, en de voorgenomen reparatie vooraf beoordeeld.
- Het WBDA noemt het onderhoudsbedrijf nergens. De plichten liggen bij de gebruiker en de fabrikant; wat u kan raken is de zorgplicht van artikel 20 lid 1 voor wie het apparaat voorhanden heeft, en verder uw contract en het Arbobesluit.
Wat u op deze pagina vindt
- De drieslag — vervanging, reparatie en ingrijpende wijziging
- Wanneer het een nieuw product wordt — de drie criteria, en wat er dan moet
- Nederland: artikel 26 — stap voor stap, en wie wat beoordeelt
- Wie draagt welke plicht — en waarom u als onderhoudsbedrijf in het besluit niet voorkomt
- Veiligheidsappendages en afsluiters — het zwaarste geval, en waar de bron zwijgt
- Wat het met de keuringstermijn doet — en wanneer een keuringsplicht ontstáát
- Vijf misvattingen — met de bepaling die elk weerlegt
De drieslag: drie soorten werk, drie regimes
De richtlijn regelt de gebruiksfase niet. Zij noemt onderhoud wel — artikel 3 lid 1 eist dat apparatuur op passende wijze wordt geïnstalleerd en onderhouden, en bijlage I stelt er in de punten 2.9, 2.11.1, 3.4 en 6 ontwerpeisen omheen — maar dat zijn eisen aan de fábrikant. Waar zij over gaat is het op de markt aanbieden en het in bedrijf stellen (artikel 3 lid 1, met de begrippen van artikel 2 punt 16 en 17); overweging 4 maakt duidelijk dat het om apparatuur gaat die nieuw is op de markt van de Unie. Wat er daarna met het apparaat gebeurt, is in beginsel een zaak van nationaal recht. De Werkgroep Druk heeft die lijn uitgewerkt in richtsnoer A-03, en dat onderscheidt drie gevallen:
| Wat u doet | Wat het is | Wat er geldt |
|---|---|---|
| Het héle drukapparaat vervangen door een nieuw | het in de handel brengen van een nieuw apparaat | De PED, onverkort: categorie, module, dossier, verklaring, CE-markering. Dit geval gaat niet over een onderdeel maar over het apparaat zelf |
| Repareren — terugbrengen in de oorspronkelijke staat | geen nieuw product | De PED geldt niet. Wat geldt is nationaal recht, “voor zover aanwezig” zegt het richtsnoer. In Nederland is dat er wél: artikel 26 van het WBDA 2016 |
| Ingrijpend wijzigen — de oorspronkelijke kenmerken, het doel of het type veranderen | een nieuw product | Een volledige nieuwe conformiteitsbeoordeling, met een nieuwe fabrikant. Het richtsnoer zegt uitdrukkelijk: per geval te beoordelen |
Wanneer wordt het een nieuw product?
De richtlijn geeft geen maatstaf, de Blauwe Gids wel. Daar staan drie voorwaarden die samen moeten gelden voordat een gewijzigd product als nieuw product wordt beschouwd:
- De oorspronkelijke prestaties, het doel of het type zijn veranderd, en die verandering was niet voorzien in de oorspronkelijke risicobeoordeling.
- De aard van het gevaar is veranderd of het risiconiveau is gestegen.
- Het product wordt daarna op de markt aangeboden of in bedrijf gesteld.
Merk op wat er niet in staat: de omvang van het werk, de kosten, het aantal vervangen onderdelen, of er gelast is. Een grote maar identieke reparatie blijft een reparatie; een kleine ingreep die de ontwerpdruk verhoogt of het medium verandert, kan een nieuw product opleveren.
Is het een nieuw product, dan schuift de hele keten op. Degene die de wijziging uitvoert wordt fabrikant in de zin van artikel 2 punt 18 — ook wanneer hij niets verkoopt, want die definitie noemt uitdrukkelijk ook het gebruiken voor eigen doeleinden. Hij doorloopt de conformiteitsbeoordeling van artikel 14, stelt een EU-conformiteitsverklaring op en brengt de CE-markering aan met zijn eigen naam en adres (artikel 6 en artikel 19). De technische documentatie hoeft niet opnieuw van voren af aan: zij wordt bijgewerkt voor zover de wijziging gevolgen heeft.
Nederland: artikel 26 van het WBDA 2016
Dit is de bepaling die het richtsnoer bedoelt met “nationaal recht, voor zover aanwezig”. Zij geldt niet voor alle drukapparatuur: artikel 26 lid 1 verwijst naar de apparatuur van artikel 21 lid 1, en dat is de apparatuur die bij ministeriële regeling als keuringsplichtig is aangewezen. Valt uw apparaat daar niet onder, dan is er geen artikel 26-regime — en blijven alleen de algemene zorgplicht en het Arbobesluit over. Reken het na met de keuringsplichtcheck.
De stappen van artikel 26
- Bijlage I geldt opnieuw, van overeenkomstige toepassing — met uitzondering van het aanbrengen van de CE-markering (lid 1). U bouwt dus dezelfde onderbouwing op als bij nieuwbouw: materiaal, lasmethoden, personeel, onderzoek. Alleen het sluitstuk van de CE-fase valt weg.
- De instantie wordt onverwijld in kennis gesteld (lid 2). Dat doet de gebruiker, niet u — maar als het niet gebeurt, staat uw werk stil of achteraf ter discussie.
- De voorgenomen wijziging of reparatie wordt vooraf beoordeeld: de instantie verricht de noodzakelijke onderzoeken aan het ontwerp en de constructie, en doet proeven tijdens de uitvoering (lid 3). Vooraf, niet achteraf.
- Bij een wijziging kan de zaak opschalen naar het regime van de herkeuring, met de daar genoemde onderzoeken (lid 5), en worden de onderzoeken van de keuring voor ingebruikneming zo nodig aan de gewijzigde apparatuur verricht (lid 6).
- Het resultaat is papier: een aanvulling op de bestaande verklaring, of — wanneer lid 6 geldt — een nieuwe verklaring van ingebruikneming (lid 8).
Wie beoordeelt wat
In de gebruiksfase is dat niet de aangemelde instantie. Die heeft haar rol in de CE-fase en is daar klaar. Artikel 26 lid 3 wijst de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of de NL-keuringsdienst van gebruikers aan. Een inspectieafdeling van de gebruiker mag de onderzoeken bij een voorgenomen reparatie verrichten, onder toezicht van en voor zover gecertificeerd door een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie — maar uitsluitend bij reparaties, niet bij wijzigingen, en de verklaring blijft bij de instantie (artikel 36 lid 5 en 6). En op het aantekenblad bij de verklaring van ingebruikneming mag alleen die instantie schrijven (artikel 24 lid 3): niet de gebruiker, en niet u.
Wie draagt welke plicht — en waarom u er niet in staat
Zoek in het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 naar “onderhoudsbedrijf” en u vindt niets. De begripsbepaling van artikel 1 kent het niet, en geen enkele verplichting is aan het onderhoudsbedrijf als zodanig gericht. Dat is geen vrijstelling maar een verschuiving: de plichten liggen bij de gebruiker en bij de fabrikant, en u raakt ze via uw contract en via het arbeidsomstandighedenrecht. Twee bepalingen kunnen u wél rechtstreeks raken, omdat zij niet tot “de gebruiker” zijn beperkt: het verbod van artikel 2 lid 1 om apparatuur te gebruiken die niet aan de voorschriften voldoet, en de zorgplicht van artikel 20 lid 1.
| Partij | Wat het WBDA van haar vraagt |
|---|---|
| Gebruiker | de instantie in kennis stellen (art. 26 lid 2), de keuringen aanvragen en betalen (art. 21 lid 2 en 3) en de bescheiden bewaren zolang het apparaat in werking kan zijn (art. 25 lid 3). Twee bepalingen die de gebruiker raken maar onpersoonlijk zijn geformuleerd: de apparatuur gaat vergezeld van een gebruiksaanwijzing in het Nederlands (art. 18) en de opstelling van CE-gemarkeerde apparatuur is toegankelijk voor onder meer onderhoud en reparatie (art. 19 lid 1) |
| Wie het apparaat voorhanden heeft of gebruikt | zorgen dat het in goede staat van onderhoud verkeert (art. 20 lid 1; de bepaling noemt ook wie het aflevert of tentoonstelt). Dit is de bepaling die het dichtst bij het onderhoudsbedrijf komt, samen met het verbod van artikel 2 lid 1 |
| NL-CBI of NL-KVG | de beoordeling vooraf en de onderzoeken tijdens de uitvoering (art. 26 lid 3), en het opstellen van de aanvulling of de nieuwe verklaring (lid 8) |
| Onderhoudsbedrijf | het besluit noemt u niet. Wat u bindt is uw contract met de gebruiker, en het Arbobesluit als werkgever van uw monteurs |
Wat het Arbobesluit wél van u vraagt
Daar bent u wél normadressaat, want die verplichtingen richten zich tot de werkgever — ook de werkgever van de monteur die bij een ander op het terrein staat. Artikel 7.5 lid 2 eist dat onderhouds-, reparatie- en reinigingswerkzaamheden aan een arbeidsmiddel pas worden uitgevoerd wanneer het is uitgeschakeld en drukloos of spanningsloos is gemaakt — en, als dat niet mogelijk is, dat er doeltreffende maatregelen worden genomen om het werk veilig te kunnen doen. Lid 3 verklaart dat vereiste van overeenkomstige toepassing op productie- en afstelwerkzaamheden. Lid 4 eist dat een bij het arbeidsmiddel behórend onderhoudsboek goed wordt bijgehouden. Voor zelfstandigen gelden de leden 2, 3 en 5 — niet lid 4 (artikel 9.5 lid 1 onder f).
Veiligheidsappendages en afsluiters: het zwaarste geval
Wie kleppen reviseert, werkt aan de categorie die de richtlijn het zwaarst heeft ingedeeld. Bijlage II punt 2 deelt veiligheidsappendages in beginsel in categorie IV in. De uitzondering die daar staat is smal: appendages die voor specifieke apparatuur zijn vervaardigd, mogen in dezelfde categorie worden ingedeeld als de apparatuur die zij beveiligen.
Bijlage I punt 2.11 stelt daarnaast eigen ontwerpeisen aan veiligheidsappendages; punt 2.11.1 noemt daarbij uitdrukkelijk de eisen inzake onderhoud en beproeving van de voorzieningen. Dat is een eis aan de fábrikant, niet aan u — maar het is wel de plek waar de fabrikant vastlegt wat er met zijn klep mag gebeuren. Uw eerste bronvraag bij een revisie is dan ook niet wat de richtlijn zegt, maar wat de fabrikant in zijn gebruiksaanwijzing heeft voorgeschreven.
Waar de bron zwijgt
En dan het punt dat u nergens anders zo zult lezen: over het reviseren of opnieuw afstellen van een veiligheidsventiel zeggen de richtlijn en de richtsnoeren niets. Er is geen richtsnoer over revisie, over de insteldruk, over het vervangen van een veer of over het opnieuw verzegelen. Er is evenmin een algemeen richtsnoer over vervangingsonderdelen in de gebruiksfase. Wie u vertelt dat de richtlijn hier een regel voor kent, citeert iets anders — meestal een productnorm, een klantspecificatie of een sectorpraktijk. Dat maakt zo’n regel niet onjuist, maar wel iets anders dan wetgeving, en dat onderscheid moet in uw dossier zichtbaar zijn.
Wat een reparatie of wijziging met de keuringstermijn doet
Drie effecten die in de planning worden vergeten.
Een wijziging kan een keuringsplicht doen ontstaan
De aanwijzing in de Warenwetregeling hangt aan de tabel van bijlage II en aan de categorie. Verhoogt u de toelaatbare druk, verandert u het medium of vergroot u het volume, dan kan het apparaat in een andere tabel of een hogere categorie terechtkomen en daarmee voor het eerst keuringsplichtig worden. Een wijziging die technisch klein lijkt, kan zo een keuring voor ingebruikneming en een herkeuringscyclus opleveren.
Een uitgevoerde reparatie kan termijnverlenging blokkeren. Artikel 7 lid 5 onder c van de Warenwetregeling maakt de verlenging afhankelijk van de vraag of uitgevoerde reparaties en wijzigingen daaraan in de weg staan. Wie een verlengde termijn heeft en tussentijds repareert, moet daar dus opnieuw naar kijken.
En bij niet-ingedeelde apparatuur geldt het zwaarste regime. Artikel 13 van de Warenwetregeling werkt artikel 26 lid 9 van het besluit uit en bepaalt dat bij drukapparatuur die niet overeenkomstig bijlage II is ingedeeld, bij de toepassing van de essentiële veiligheidseisen van bijlage I wordt uitgegaan van categorie IV. Oude apparatuur van vóór de CE-tijd valt daar vaak onder — precies de apparatuur waaraan onderhoudsbedrijven het meeste werken.
Vijf misvattingen, met de bepaling die ze weerlegt
| Wat er wordt gezegd | Wat er staat |
|---|---|
| “Na een reparatie moet de CE-markering opnieuw worden aangebracht” | Nee. Een reparatie levert geen nieuw product op (richtsnoer A-03, geval 2), en artikel 26 lid 1 van het WBDA verklaart bijlage I van overeenkomstige toepassing met uitzondering van het aanbrengen van de CE-markering. De oorspronkelijke verklaring blijft staan. |
| “Een grote reparatie is vanzelf een ingrijpende wijziging” | De Blauwe Gids kijkt niet naar omvang of kosten maar naar drie voorwaarden samen: veranderde prestaties, doel of type; veranderd gevaar of gestegen risico; en opnieuw op de markt of in bedrijf. |
| “De aangemelde instantie beoordeelt onze reparatie” | In de gebruiksfase niet. Artikel 26 lid 3 wijst de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of de NL-keuringsdienst van gebruikers aan; de aangemelde instantie heeft haar rol in de CE-fase. |
| “Als onderhoudsbedrijf hebben wij geen verplichtingen uit het drukbesluit” | Het besluit noemt u niet, maar artikel 2 lid 1 en artikel 20 lid 1 zijn niet tot de gebruiker beperkt en kunnen u dus wél raken. En verder: de plichten liggen bij de gebruiker, maar uw contract legt ze bij u neer, en het Arbobesluit bindt u als werkgever rechtstreeks (artikel 7.5 en artikel 9.1). |
| “Melden kan ook na afloop” | Artikel 26 lid 2 zegt onverwijld, en lid 3 laat de instantie het ontwerp en de constructie van de voorgenomen wijziging of reparatie beoordelen. Achteraf melden betekent dat er niets meer vooraf te beoordelen valt. |
Veelgestelde vragen
Valt een reparatie van drukapparatuur onder de PED?
Nee. PED-richtsnoer A-03 zegt het in zoveel woorden: reparaties vallen niet onder de richtlijn maar onder nationaal recht, voor zover dat er is. In Nederland is dat er wél voor keuringsplichtige apparatuur: artikel 26 van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 verklaart bijlage I van overeenkomstige toepassing — met uitzondering van het aanbrengen van de CE-markering — laat de instantie onverwijld in kennis stellen en laat de voorgenomen reparatie vooraf beoordelen. Is uw apparaat niet aangewezen, dan geldt dat regime niet en blijven de algemene zorgplicht van artikel 20 en het Arbobesluit over.
Wanneer wordt een wijziging een nieuw product met een nieuwe CE-markering?
Als drie dingen samen gelden, volgens de Blauwe Gids 2022 § 2.1: de oorspronkelijke prestaties, het doel of het type veranderen op een manier die niet in de eerste risicobeoordeling was voorzien; de aard van het gevaar verandert of het risiconiveau stijgt; en het product wordt daarna op de markt aangeboden of in bedrijf gesteld. Dan doorloopt degene die de wijziging heeft uitgevoerd een nieuwe conformiteitsbeoordeling, stelt een nieuwe EU-conformiteitsverklaring op en brengt de CE-markering aan met zijn eigen naam. Niet de omvang van het werk beslist, maar of het apparaat iets anders is geworden.
Wordt ons onderhoudsbedrijf dan de fabrikant?
Bij een ingrijpende wijziging: ja. Artikel 2 punt 18 van de richtlijn noemt fabrikant wie een drukapparaat vervaardigt of laat vervaardigen en het onder zijn naam verhandelt of het gebruikt voor eigen doeleinden. Die definitie kijkt naar de handeling, niet naar uw bedrijfstak of uw contract. Bij een reparatie wordt u geen fabrikant, want er ontstaat geen nieuw product. De grens tussen die twee is daarom de belangrijkste vraag die u vóór het werk beantwoordt, en schriftelijk vastlegt.
Mag onze eigen inspectieafdeling de reparatie beoordelen?
Alleen de onderzoeken, en alleen bij reparaties. Artikel 36 lid 5 van het WBDA 2016 laat de inspectieafdeling van de gebruiker onderzoeken verrichten in het kader van herkeuringen en van voorgenomen reparaties, onder toezicht van en voor zover gecertificeerd door een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie. Wijzigingen vallen daarbuiten, en de verklaring wordt hoe dan ook door de instantie opgesteld (lid 6). De afdeling mag bovendien niet verantwoordelijk zijn voor het onderhoud zelf (lid 3).
Wat geldt er voor het reviseren van een veiligheidsventiel?
De richtlijn en de richtsnoeren zeggen daar niets over: er is geen bepaling over revisie, insteldruk, veervervanging of verzegeling. Wat wél vaststaat is de zwaarte van het object — bijlage II punt 2 deelt veiligheidsappendages in beginsel in categorie IV in — en de termijn: zij volgen de kortste vaste herkeuringstermijn van de apparatuur die zij beveiligen (WRDA artikel 5 lid 2), zijn uitgesloten van termijnverlenging (artikel 7 lid 1) en kennen bij flexibilisering een maximum van tien jaar voor afblazende mechanische appendages (artikel 8 lid 9). Uw werkwijze haalt u dus uit de gebruiksaanwijzing van de fabrikant en uit de productnorm, niet uit de richtlijn.
Twijfelt u of dit werk nog reparatie is?
Dat is precies de vraag waarvoor de classificatiebeoordeling is gemaakt: uw geval doorgerekend, de gekozen lezing met de bepaling erbij, en een ondertekend oordeel dat u aan uw opdrachtgever of de instantie kunt geven.
Start de gratis check of bekijk het uitgebreide rapport