In het kort
- Een samenstel is niet elke verzameling gekoppelde apparaten. Artikel 2 punt 6 vraagt drie dingen tegelijk: geïntegreerd, functioneel geheel, en geassembleerd dóór een fabrikant.
- Assembleert de gebruiker zelf op zijn eigen terrein, dan is het geen samenstel maar een installatie, en valt die assemblage buiten de richtlijn (overweging 7) — de losse apparaten en het verbinden van onderdelen tot één apparaat niet. In Nederland loopt dat via artikel 17a van het WBDA 2016.
- Zijn alle onderdelen al CE-gemarkeerd, dan vervalt alleen de beoordeling van die onderdelen. De beoordeling van de integratie en van de beveiliging blijft staan (artikel 14 lid 6 onder b en c), plus een eigen verklaring en CE-markering.
- Een samenstel krijgt geen eigen categorie. De richtlijn kent twee maatgevende categorieën toe: één voor de integratie (veiligheidsappendages tellen niet mee) en één voor de beveiliging.
Wat u op deze pagina vindt
- Wat de richtlijn een samenstel noemt — de definitie en de vier criteria
- Samenstel of installatie? — de beslisboom, en waarom dat onderscheid alles bepaalt
- Wie is de fabrikant — en wanneer u het wordt zonder het te willen
- Alle onderdelen al CE-gemarkeerd — wat er dan nog moet
- Welke categorie geldt — twee maatgevende categorieën, geen categorie voor het geheel
- Nederland — eigen beheer, en waarom een samenstel niet als samenstel keuringsplichtig is
- Wanneer het buiten de beoordeling blijft — en de uitzondering voor gestookte samenstellen
- Vijf misvattingen — met de bepaling die elk weerlegt
Wat de richtlijn een samenstel noemt
De definitie is kort. Artikel 2 punt 6 noemt een samenstel: verschillende drukapparaten die een fabrikant tot een geïntegreerd en functioneel geheel heeft geassembleerd. Drie elementen, en ze gelden tegelijk. Ontbreekt er één, dan is er geen samenstel in de zin van de richtlijn — hoe logisch het geheel ook werkt.
Overweging 7 maakt de reikwijdte concreet: een samenstel kan variëren van een snelkookpan tot een waterpijpketel, en de richtlijn is van toepassing wanneer de fabrikant het geheel bestemt om als geheel in de handel te worden gebracht en in bedrijf te worden gesteld. Diezelfde overweging sluit even uitdrukkelijk één geval uit: assemblage onder de verantwoordelijkheid van een gebruiker die niet de fabrikant is, zoals een industriële installatie op zijn eigen bedrijfsterrein.
De vier criteria
De richtlijn zelf geeft drie elementen; de Werkgroep Druk heeft ze uitgewerkt in vier toetsbare criteria. Er is een samenstel wanneer de apparaten:
| Criterium | Wat het betekent |
|---|---|
| Geïntegreerd | ze zijn verbonden en op elkaar afgestemd om samen te werken — niet alleen aan elkaar geknoopt |
| Functioneel | samen bereiken zij een omschreven doel en kunnen zij in bedrijf worden gesteld |
| Een geheel | alles wat nodig is om te functioneren én veilig te zijn, is aanwezig — ook de beveiliging |
| Door één fabrikant | één partij assembleert, bestemt het geheel voor de markt en onderwerpt het aan een algemene conformiteitsbeoordeling |
Samenstel of installatie? Dat onderscheid bepaalt alles
De richtlijn kent het begrip installatie niet als gedefinieerd begrip — het woord komt er wel in voor, onder meer in overweging 7 en in artikel 1 lid 2 onder a, maar niet als rechtsfiguur. De richtsnoeren gebruiken het wel, en met een reden: richtsnoer 3/2 zegt in een noot dat voor apparatuur die door een gebruiker wordt samengebouwd de term installatie wordt gebruikt om verwarring te voorkomen. Het is de tegenhanger van het samenstel. Assembleert de fabrikant, dan is het een samenstel en geldt de PED over het geheel. Assembleert de gebruiker onder zijn eigen verantwoordelijkheid, dan is het een installatie en geldt nationaal recht over het geheel — terwijl de losse apparaten hun eigen CE-markering houden.
Twee misverstanden zitten hier tegenover elkaar, en ze zijn beide half waar:
“Op locatie bouwen is nooit een samenstel”
Onjuist. Richtsnoer 3/8 zegt uitdrukkelijk dat het niet uitmaakt of het samenstel in de werkplaats van de fabrikant of door de fabrikant op locatie wordt voltooid. Een monteur die namens de leverancier ter plaatse afbouwt, bouwt een samenstel.
“Wie op locatie koppelt, is automatisch fabrikant”
Ook onjuist. Beslissend is niet de plaats maar de verantwoordelijkheid. Assembleert de gebruiker voor eigen gebruik, dan valt dat buiten de richtlijn (overweging 7) en heet het een installatie.
Verbinden op locatie: twee gevallen
Richtsnoer 3/2 splitst het scherp. Verbindt u onderdelen tot één drukapparaat — een romp aan bodems, een leiding uit pijpstukken — dan valt dat verbinden onder de richtlijn, ook als u de gebruiker bent: er ontstaat een nieuw drukapparaat en iemand is er fabrikant van. Verbindt u complete drukapparaten tot een geheel, dan hangt het af van de verantwoordelijkheid: onder uw verantwoordelijkheid als fabrikant is het een samenstel, onder die van de gebruiker een installatie.
Wie is de fabrikant
Artikel 2 punt 18 is onpersoonlijk en daarom onontkoombaar: fabrikant is wie een drukapparaat of samenstel vervaardigt, of laat ontwerpen of vervaardigen, en het onder zijn naam of merk verhandelt of het gebruikt voor eigen doeleinden. Die laatste zes woorden zijn het punt waarop de meeste bedrijven zich vergissen: u hoeft niets te verkopen om fabrikant te zijn.
Wat de fabrikant van een samenstel moet doen staat in artikel 6: ontwerpen en vervaardigen volgens bijlage I (lid 1), de technische documentatie van bijlage III opstellen en de procedure van artikel 14 doorlopen of laten doorlopen, en daarna — als de procedure is gehaald — de EU-conformiteitsverklaring opstellen en de CE-markering aanbrengen (lid 2). Met die verklaring neemt hij de verantwoordelijkheid voor het samenstel op zich (artikel 17 lid 4).
Alle onderdelen al CE-gemarkeerd: wat moet er dan nog?
Dit is de vraag waarop installaties in de praktijk stranden, en het antwoord is kort: drie dingen, waarvan er één wegvalt. Artikel 14 lid 6 schrijft voor een samenstel een algemene conformiteitsbeoordeling voor die uit drie beoordelingen bestaat.
| Wat er beoordeeld wordt | Geldt bij CE-gemarkeerde onderdelen? | |
|---|---|---|
| a | de conformiteit van elk afzonderlijk drukapparaat in het samenstel | Nee — dit onderdeel geldt uitdrukkelijk alleen wanneer het apparaat niet al een eigen procedure heeft doorlopen en geen eigen CE-markering heeft gekregen |
| b | de integratie van de onderdelen, tegen bijlage I punt 2.3, 2.8 en 2.9 | Ja, onverkort |
| c | de beveiliging van het samenstel tegen overschrijding van de toelaatbare grenzen, tegen bijlage I punt 2.10 en 3.2.3 | Ja, onverkort |
Daar komt bij dat lid 6 geen uitputtende lijst is. Richtsnoer C-12 antwoordt op precies die vraag met “nee”: op grond van bijlage I, opmerkingen vooraf punt 1 geldt héél bijlage I voor samenstellen waar het overeenkomstige gevaar bestaat. Het richtsnoer noemt zelf als voorbeelden punt 3.1.2 (permanente verbindingen), punt 3.2.2 (drukproef), punt 3.4 (gebruiksaanwijzing) en punt 6 onder a en d (uitzetting en trillingen van leidingwerk).
En de verklaring en de markering
Het samenstel krijgt een eigen EU-conformiteitsverklaring (artikel 6 lid 2, tweede alinea) en een eigen CE-markering op het samenstel of het gegevensplaatje (artikel 19 lid 1 onder b). De losse apparaten hoeven niet opnieuw te worden gemarkeerd, en wie al een CE-markering had, houdt die (artikel 19 lid 2). In de verklaring van het samenstel beschrijft u alle drukapparaten waaruit het bestaat, met per PED-apparaat de gevolgde conformiteitsbeoordelingsprocedure — dat is wat richtsnoer J-08 uit bijlage IV punt 4 haalt. De overige onderdelen, waaronder apparatuur onder artikel 4 lid 3 en van de richtlijn uitgesloten apparatuur, worden wél beschreven maar dragen geen procedure.
Welke categorie geldt voor een samenstel
Geen. Dat is het antwoord dat u in geen enkele samenvatting leest, en het is het antwoord dat de richtlijn geeft. Een samenstel krijgt geen eigen categorie; artikel 14 lid 6 wijst twee maatgevende categorieën aan voor twee verschillende beoordelingen:
- Voor de integratie (onder b): de categorie van het onderdeel met de hoogste risicocategorie, waarbij veiligheidsappendages niet in aanmerking worden genomen. Dat laatste is geen detail: veiligheidsappendages zijn volgens bijlage II punt 2 in beginsel categorie IV, en zonder die uitzondering zou elk samenstel met een veiligheidsventiel in categorie IV eindigen.
- Voor de beveiliging (onder c): de hoogste risicocategorie van de te beveiligen apparaten. Dat kan een andere categorie zijn dan die van de integratie.
Voor de overige essentiële eisen zwijgt de richtlijn over de categorie. Richtsnoer C-15 noot 1 zegt dan: baseer die op de categorieën van de betrokken onderdelen. En de permanente verbindingen worden per verbinding beoordeeld, niet over het geheel.
Wanneer een samenstel buiten de beoordeling blijft
Twee voorwaarden moeten samen gelden voordat artikel 4 lid 2 onder b een samenstel onder de richtlijn brengt: er zit ten minste één drukapparaat in dat zelf onder artikel 4 lid 1 valt, én de fabrikant bestemt het geheel om als samenstel op de markt te worden aangeboden en in bedrijf te worden gesteld.
Valt die tweede voorwaarde weg — bijvoorbeeld omdat uw skid bedoeld is om onderdeel te worden van een groter samenstel of van een installatie — dan is er geen algemene conformiteitsbeoordeling over het geheel en komt er geen CE-markering op. De losse apparaten houden hun eigen beoordeling en markering. Dat staat in richtsnoer 3/10 van de oude bundel en volgt rechtstreeks uit de woorden “bestemd zijn om” in artikel 4 lid 2 onder b.
Blijven de kenmerkende waarden binnen of gelijk aan de grenzen van artikel 4 lid 1 onder a, b en c en van lid 2, dan geldt artikel 4 lid 3 ook voor samenstellen: goed vakmanschap, een toereikende gebruiksaanwijzing, en uitdrukkelijk géén CE-markering op grond van deze richtlijn. Zie artikel 4 lid 3 (SEP).
Nederland: eigen beheer, en de keuringsplicht
Het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 neemt de begrippen over uit de richtlijn (artikel 1 lid 1 onder u voor samenstellen) en verbiedt in artikel 2 lid 1 en lid 3 het in de handel brengen, in bedrijf stellen, aanbieden of gebruiken van samenstellen die niet aan de voorschriften voldoen of waarvoor de voorgeschreven procedures niet zijn doorlopen.
Assembleert u voor eigen gebruik?
Dan geldt artikel 17a, en dat is de bepaling die in Nederland het vaakst wordt gemist. Gebruikers die in eigen beheer drukapparatuur of samenstellen voor eigen doeleinden assembleren, voldoen aan een opgesomde reeks artikelen van de richtlijn, waaronder artikel 6, 13, 14 en 17 en bijlage I (lid 1). De beoordeling gebeurt door een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie (lid 2), en het resultaat is een NL-conformiteitsverklaring in het Nederlands of Engels (lid 4) — geen CE-markering. Dat is geen omissie: deze apparatuur wordt niet in de handel gebracht maar door de gebruiker voor eigen doeleinden gebouwd, en het besluit eist de CE-markering alleen voor de apparatuur die wél in de handel komt.
Is een samenstel keuringsplichtig?
Niet als samenstel. Het woord “samenstel” komt in de hele Warenwetregeling drukapparatuur 2016 niet voor. Artikel 21 lid 1 van het besluit laat bij ministeriële regeling drukapparatuur aanwijzen, en artikel 2 van de regeling wijst drukvaten en installatieleidingen aan met de bijbehorende veiligheidsappendages en onder druk staande appendages, per tabel van bijlage II. De keuring voor ingebruikneming en de herkeuring hangen dus aan de afzonderlijke vaten en leidingen binnen uw samenstel, elk met hun eigen tabel en categorie. Artikel 21 lid 12 bevestigt dat: één verklaring van ingebruikneming kan meer drukapparaten dekken. En lid 9 regelt het geval dat u het vaakst tegenkomt bij uitbreiding van een bestaande installatie: wordt een afzonderlijk drukvat of een afzonderlijke installatieleiding gekoppeld aan een bestaand vat of een bestaande leiding, dan kan de keuring voor ingebruikneming op dat afzonderlijke apparaat worden betrokken. Het is dus geen algemene vrijstelling maar een koppelregel. Reken het door met de keuringsplichtcheck.
Vijf misvattingen, met de bepaling die ze weerlegt
| Wat er wordt gezegd | Wat er staat |
|---|---|
| “Een samenstel heeft de categorie van het hoogst ingedeelde onderdeel” | De richtlijn kent het samenstel geen categorie toe. Artikel 14 lid 6 onder b en c geeft twee maatgevende categorieën voor twee beoordelingen, en bij de integratie tellen veiligheidsappendages uitdrukkelijk niet mee. |
| “Alle onderdelen zijn CE-gemarkeerd, dus we zijn klaar” | Alleen onderdeel a van artikel 14 lid 6 valt weg. De integratie (onder b) en de beveiliging (onder c) blijven, plus een eigen verklaring (artikel 6 lid 2) en een eigen CE-markering (artikel 19 lid 1 onder b). |
| “Wie ter plaatse koppelt, is automatisch fabrikant” | Beslissend is de verantwoordelijkheid, niet de plaats. Assemblage onder verantwoordelijkheid van de gebruiker valt buiten de richtlijn (overweging 7) en heet een installatie; in Nederland loopt dat via WBDA artikel 17a. |
| “Apparaten die gekoppeld zijn en samen werken, vormen een samenstel” | Artikel 4 lid 2 onder b eist ook de bestemming om als samenstel op de markt te worden aangeboden en in bedrijf te worden gesteld. Let op de uitzondering van onder a: samenstellen voor stoom of oververhit water boven 110 °C met een gestookt of anderszins verwarmd apparaat erin vallen er zónder die bestemmingseis onder. En richtsnoer B-40: een appendage met een veiligheidsappendage erop is geen samenstel, want geen functioneel geheel. |
| “Alleen de punten uit artikel 14 lid 6 gelden voor het samenstel” | Richtsnoer C-12: nee. Bijlage I geldt in zijn geheel voor samenstellen waar het gevaar bestaat, inclusief punt 3.1.2, 3.2.2, 3.4 en punt 6 onder a en d. |
Veelgestelde vragen
Wanneer vormen losse drukapparaten een samenstel onder de PED?
Als drie dingen tegelijk gelden (artikel 2 punt 6): de apparaten zijn geïntegreerd, zij vormen een functioneel geheel, en zij zijn door een fabrikant geassembleerd. Daar komt uit artikel 4 lid 2 onder b bij dat er ten minste één drukapparaat uit artikel 4 lid 1 in zit en dat de fabrikant het geheel bestemt om als samenstel op de markt te worden aangeboden en in bedrijf te worden gesteld. Onder a geldt die bestemmingseis niet: samenstellen voor stoom of oververhit water boven 110 °C met een gestookt of anderszins verwarmd drukapparaat erin vallen er zonder meer onder. Ontbreekt er één element, dan is er geen samenstel in de zin van de richtlijn.
Moet ik een eigen CE-markering aanbrengen als alle onderdelen al CE-gemarkeerd zijn?
Ja. Artikel 19 lid 1 onder b eist de CE-markering op het samenstel of het gegevensplaatje ervan, en artikel 6 lid 2 eist een eigen EU-conformiteitsverklaring. Wat wél wegvalt bij CE-gemarkeerde onderdelen is de beoordeling van die onderdelen zelf (artikel 14 lid 6 onder a); de beoordeling van de integratie en van de beveiliging blijft staan. De onderdelen houden hun eigen markering (artikel 19 lid 2).
Wat is het verschil tussen een samenstel en een installatie?
De verantwoordelijkheid voor de assemblage. Assembleert een fabrikant, dan is het een samenstel en geldt de PED over het geheel. Assembleert de gebruiker onder zijn eigen verantwoordelijkheid op zijn eigen terrein, dan valt dat buiten de richtlijn (overweging 7) en spreken de richtsnoeren van een installatie. De plaats maakt niet uit: een fabrikant die op locatie afbouwt, bouwt nog steeds een samenstel.
Welke categorie heeft mijn samenstel?
Geen. Artikel 14 lid 6 wijst twee maatgevende categorieën aan: voor de beoordeling van de integratie die van het onderdeel met de hoogste risicocategorie zónder de veiligheidsappendages mee te rekenen, en voor de beoordeling van de beveiliging de hoogste categorie van de te beveiligen apparaten. Die twee kunnen verschillen. Er bestaat geen artikel 13 lid 3 dat een samenstel één categorie geeft.
Moet een samenstel in Nederland worden gekeurd voor ingebruikneming?
Niet als samenstel. Het woord komt in de Warenwetregeling drukapparatuur 2016 niet voor: artikel 2 wijst drukvaten en installatieleidingen aan met hun appendages, per tabel van bijlage II van de richtlijn. De keuringsplicht hangt dus aan de afzonderlijke vaten en leidingen in uw samenstel, elk met hun eigen categorie. WBDA artikel 21 lid 12 staat één verklaring van ingebruikneming voor meer drukapparaten toe, en lid 9 laat de keuring op het afzonderlijke apparaat betrekken wanneer dat aan een bestaand vat of een bestaande leiding wordt gekoppeld.
Weet u niet of u fabrikant bent van dit samenstel?
Leg uw geval één keer vast met de bepalingen erbij. Het uitgebreide rapport geeft de categorie per onderdeel, de maatgevende categorie voor de integratie en de dossierlijst; de classificatiebeoordeling geeft er mijn schriftelijke oordeel bij. Voor het dossier zelf is er een sjabloonset voor samenstellen en productfamilies.
Start de gratis check of bekijk het uitgebreide rapport