In het kort
- De twee richtlijnen zijn in beginsel cumulatief: de PED gaat over het drukgevaar, ATEX over het ontstekingsgevaar. Blijkt uit de risicoanalyse dat beide bestaan, dan geldt beide wetgeving naast elkaar.
- Eén harde uitzondering: apparatuur die ten hoogste categorie I is en tevens onder 2014/34/EU valt, is van de PED uitgesloten (artikel 1 lid 2 onder f, onder vi). Dan blijft alleen ATEX over.
- Een passief drukvat zónder inherente ontvlammingsbron valt niet onder ATEX — ook niet als het in een gevarenzone staat. Het is geen “apparaat” in de zin van artikel 2 punt 1.
- Bij samenloop is er één CE-markering en één EU-conformiteitsverklaring voor alle toepasselijke wetgeving. Wat kan verdubbelen is het identificatienummer achter de markering.
Wat u op deze pagina vindt
- Cumulatief of exclusief — en de ene uitzondering die alles omdraait
- Valt mijn drukapparaat onder ATEX? — de toegangspoort, met beslisboom
- Zones tegenover categorieën — twee stelsels die niets met elkaar te maken hebben
- Wat ATEX eist dat de PED niet eist — vijf eisen uit bijlage II
- CE, verklaring en instanties — hoeveel van elk
- Nederland — en waarom “geen ATEX” niet betekent “geen verplichting”
- Waar het misgaat — zeven uitspraken en wat er werkelijk staat
Cumulatief, met één uitzondering
De twee richtlijnen behandelen verschillende gevaren en gelden daarom in beginsel naast elkaar. De PED zegt het in overweging 8 en nog duidelijker in bijlage I, opmerkingen vooraf punt 3: de fabrikant analyseert de risico's en gevaren die bij zijn apparatuur bestaan ten gevolge van de druk. Andere risico's vallen onder andere richtlijnen. De Blue Guide 2022 zegt het in algemene vorm: een product mag alleen worden aangeboden wanneer het voldoet aan alle toepasselijke harmonisatiewetgeving, en noemt drukapparatuur daarbij als voorbeeld van elkaar aanvullende eisen.
Andersom kent ATEX een omgekeerde voorrangsregel, maar met een beperkte reikwijdte: bijlage II punt 1.2.7 laat ATEX wijken voor andere Unieregelgeving, maar uitsluitend voor de daar genoemde andere gevaren — aanraking, oppervlaktetemperaturen, niet-elektrische gevaren, overbelasting. Voor het ontploffingsgevaar zelf wijkt ATEX niet.
| Uw situatie | Wat er geldt |
|---|---|
| Categorie I onder de PED en ATEX van toepassing | Alleen ATEX. De PED is uitgesloten (artikel 1 lid 2 onder f, onder vi) |
| Categorie II of hoger en ATEX van toepassing | Beide, naast elkaar. Twee beoordelingen, één markering, één verklaring |
| Onder artikel 4 lid 3 (SEP) en ATEX van toepassing | Geen CE onder de PED, maar ATEX kan zelfstandig CE-markering en een beoordeling vragen |
| Drukapparatuur zonder inherente ontvlammingsbron | Alleen de PED. ATEX is niet van toepassing, ook niet in een gevarenzone |
Valt mijn drukapparaat onder ATEX?
De toegangspoort tot ATEX is smaller dan bijna iedereen denkt, en zij zit in de definitie. Artikel 2 punt 1 van 2014/34/EU noemt een “apparaat”: machines, materieel, vaste of mobiele inrichtingen, bedieningsorganen en instrumenten, alsmede detectie- en preventiesystemen, die, alleen of in combinatie, bestemd zijn voor productie, transport, opslag, meting, regeling, energieomzetting en/of grondstoffenverwerking, en die door hun inherente potentiële bronnen van ontvlamming een explosie kunnen veroorzaken. De opsomming is gesloten.
Die laatste zinsnede is de hele test. Een blank stalen drukvat zonder elektrisch materieel, zonder bewegende delen en zonder eigen warmtebron heeft geen inherente ontvlammingsbron. Het is dus geen apparaat in de zin van artikel 2 punt 1, het is geen beveiligingssysteem in de zin van punt 2, en het staat niet op de uitsluitingslijst van artikel 1 lid 2 — het valt eenvoudig buiten artikel 1 lid 1.
De ATEX Guidelines zeggen dat op drie plaatsen. Paragraaf 41 stelt dat een bepalend element van een apparaat is dat het een eigen potentiële ontstekingsbron heeft, en voegt toe dat een voorwerp waarbij de elektrostatische lading uitsluitend uit het proces komt, niet als zodanig geldt — en dat het dan ook niet van een Ex- of CE-markering op grond van deze richtlijn hoort te worden voorzien. Paragraaf 236 gaat rechtstreeks over de samenloop en stelt dat wordt aangenomen dat PED-apparatuur geen eigen ontsteking heeft. En de borderline-lijst bij de Guidelines noemt “tank” expliciet als buiten de reikwijdte, met als reden: geen eigen ontstekingsbron.
Wanneer kantelt het wel
- Er komt een roerwerk, een pomp of een ander bewegend deel op of in het vat.
- Er zit elektrisch materieel op: een sensor, een verwarmingselement, een niveauschakelaar.
- Het apparaat is een beveiligingssysteem in de zin van artikel 2 punt 2 — een breekplaat of vlamdover met een zelfstandige explosiebeperkende functie. Die valt onder de richtlijn ongeacht of hij zelf een ontstekingsbron heeft, en wórdt dus gemarkeerd (richtsnoer § 45).
- Er treedt drukcompensatie op die een schokgolf of compressie kan opleveren; bijlage II punt 1.3.5 richt zich op precies dat.
Zones tegenover categorieën: twee stelsels, geen conversie
Hier gaan twee dingen door elkaar heen die uit twee verschillende richtlijnen komen, en het loont om ze één keer scherp te zetten.
Categorieën: eigenschap van het apparaat
Groep I (mijnbouw, M1 en M2) en groep II (categorie 1, 2 en 3) staan in artikel 2 punten 6 tot en met 8 en zijn uitgewerkt in bijlage I van 2014/34/EU. Bijlage I beschrijft ze in termen van hoe vaak en hoe lang een explosieve omgeving aanwezig kan zijn, en welk beschermingsniveau daar tegenover staat. De fabrikant kiest groep en categorie; dat is zijn “bedoeld gebruik” (artikel 2 punt 9).
Zones: eigenschap van de plaats
Zone 0, 1 en 2 voor gas en 20, 21 en 22 voor stof staan niet in de productrichtlijn maar in bijlage I van Richtlijn 1999/92/EG, de werkgeversrichtlijn. De werkgever zoneert, op basis van zijn beoordeling. De ATEX Guidelines zeggen het in een voetnoot met zoveel woorden: het is niet de verantwoordelijkheid van de fabrikant om te zoneren.
De koppeling tussen de twee staat in bijlage II deel B van 1999/92/EG, en zij is geen strikte gelijkstelling: in zone 0 of 20 categorie 1, in zone 1 of 21 categorie 1 of 2, in zone 2 of 22 categorie 1, 2 of 3. Een hogere categorie mag dus altijd, en het explosieveiligheidsdocument kan op basis van de risicobeoordeling iets anders eisen. In Nederland is die koppeling overgenomen in Arbobesluit artikel 3.5e onder e.
Wat ATEX eist dat de PED niet eist
De PED-beoordeling dekt het explosiegevaar niet. Dat is geen interpretatie: bijlage I, opmerkingen vooraf punt 3 beperkt de verplichte analyse tot gevaren ten gevolge van de druk, en PED-richtsnoer I-24 stelt uitdrukkelijk dat de PED de preventie van en bescherming tegen explosies die niet door druk worden veroorzaakt niet beschouwt. Vijf eisen uit bijlage II van ATEX die een drukapparatuurfabrikant normaal niet doet:
| Eis | Vindplaats | Wat het praktisch betekent |
|---|---|---|
| Ontstekingsbronnenanalyse | bijlage II punt 1.0.1 en 1.3.1; § 142 van de richtsnoeren | Punt 1.3.1 verlangt dat vonken, vlammen, lichtbogen, hete oppervlakken, akoestische energie, optische straling en elektromagnetische golven zich niet voordoen; dat vergt een eigen beoordeling van het ontstekingsgevaar, naast en los van uw drukrisicoanalyse. De ATEX-richtsnoeren zeggen in § 142 met zoveel woorden dat die beoordeling nodig is en zich op het ontstekingsgevaar richt |
| Oppervlaktetemperatuur | bijlage II punt 1.2.4, 2.1.2.3 en 2.2.1.2 | De oppervlaktetemperatuur moet aanzienlijk onder de ontvlammingstemperatuur van de stofafzetting blijven, ook bij abnormale bedrijfssituaties. De PED kent geen temperatuurklasse. Let op: de Nederlandse tekst van punt 2.2.1.2 spreekt van situaties die de fabrikant niet heeft voorzien, waar de Engelse, Duitse en Franse tekst juist de door hem voorziene abnormale situaties noemen — leg dit punt bij twijfel naast een andere taalversie |
| Materiaalkeuze op explosieveiligheid | bijlage II punt 1.1.1 tot 1.1.3 | Een ander criterium dan de materiaaleisen van PED bijlage I punt 4: hier gaat het om reacties met de omgeving, het elektrische geleidingsvermogen, de slijtvastheid, de veroudering en het effect van temperatuurschommelingen — punt 1.1.3 noemt de mechanische sterkte er zelf ook bij, maar met een ander doel dan de ductiliteits- en taaiheidseisen van PED bijlage I punt 4 |
| Elektrostatische oplading en zwerfstromen | bijlage II punt 1.3.2 en 1.3.3 | Ladingen die gevaarlijke ontladingen kunnen veroorzaken moeten worden voorkomen; zwerf- en lekstromen in geleidende delen ook |
| Drukcompensatie als ontstekingsbron | bijlage II punt 1.3.5 | De drukverdeling moet zo verlopen dat er geen schokgolf of compressie ontstaat die ontbranding kan veroorzaken. Dit is de eis die het scherpst laat zien dat ATEX iets anders van een drukvat vraagt dan de PED |
Daar komt de markering bij. Bijlage II punt 1.0.5 eist op elk apparaat het specifieke merkteken van explosiebeveiliging, gevolgd door het symbool van de apparatengroep en de categorie, en voor groep II de letter G voor gas of D voor stof. Punt 1.0.6 eist in de gebruiksaanwijzing onder meer de maximale oppervlaktetemperaturen en de gegevens waarmee de gebruiker kan vaststellen of het apparaat op de beoogde plaats zonder gevaar kan worden gebruikt. Bijlage I punt 3.3 van de PED kent geen van die eisen.
CE-markering, verklaring en aangemelde instanties
Eén verklaring
Beide richtlijnen bevatten dezelfde bepaling, en zij is ondubbelzinnig. ATEX artikel 14 lid 3 en PED artikel 17 lid 3: is voor het product uit hoofde van meer dan één handeling van de Unie een EU-conformiteitsverklaring vereist, dan wordt één verklaring met betrekking tot al die handelingen opgesteld, met vermelding van de publicatiereferenties. Overweging 35 van de PED voegt toe dat die ene verklaring uit een dossier van afzonderlijke verklaringen mag bestaan (ATEX zegt hetzelfde in overweging 24) — maar één geheel blijft het.
Eén CE-markering
Ook hier heeft u niets te kiezen. Beide richtlijnen definieëren de CE-markering als de markering waarmee de fabrikant aangeeft dat het product in overeenstemming is met de toepasselijke eisen van de harmonisatiewetgeving die in het aanbrengen ervan voorziet — en de Nederlandse tekst zegt daar “alle”. De ATEX Guidelines zeggen bij het voorbeeld van een vorkheftruck dat meer dan één CE-markering of verklaring onduidelijk maakt wie verantwoordelijk is, en niet aanvaardbaar is. Eén nuance uit de Blauwe Gids hoort erbij: neemt u een product op dat zelf al CE-gemarkeerd was, dan kunnen er féitelijk twee markeringen op het eindproduct zitten — die van het opgenomen product en die van het uwe.
Een of twee nummers achter de markering
Het identificatienummer van een aangemelde instantie komt alleen achter de CE-markering wanneer die instantie bij de productiecontrolefase betrokken is — PED artikel 19 lid 4 en ATEX artikel 16 lid 3 zeggen dat woordelijk gelijk. Dat levert in de praktijk dit beeld:
| Samenloop | Nummers achter de CE-markering |
|---|---|
| PED categorie II + ATEX categorie 2, niet elektrisch en geen verbrandingsmotor | Eén nummer: dat van de PED-instantie. Artikel 13 lid 1 onder b zet verbrandingsmotoren én elektrische apparaten van categorie 2 op de route met een instantie (onder i), en de overige apparaten van die categorie op interne productiecontrole met mededeling van de documentatie aan een instantie (onder ii, bijlage VIII); die instantie bericht de ontvangst en bewaart, en doet dus geen productiecontrole. Haar nummer hoort er niet bij |
| PED categorie II + ATEX categorie 2, elektrisch of verbrandingsmotor | Twee nummers, tenzij één rechtspersoon voor beide richtlijnen is aangemeld: die heeft óók maar één nummer |
| ATEX categorie 3 | Geen nummer, behalve bij de route eenheidskeuring van bijlage IX — daar is een instantie wél betrokken. De ATEX Guidelines waarschuwen uitdrukkelijk tegen een instantienummer waar de richtlijn er geen voorziet |
En één praktisch punt dat veel zoekwerk scheelt: een rechtspersoon heeft in de databank van de Commissie één identificatienummer, ongeacht voor hoeveel richtlijnen hij is aangemeld. Zoek dus niet naar twee nummers van dezelfde instantie. Hoe u dat nakijkt staat op een aangemelde instantie vinden.
Nederland: twee besluiten en één document
ATEX is voor de producteisen omgezet in het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016 (BWBR0037644). Het werkt net als het drukapparatuurbesluit: artikel 1 verwijst de begrippen door naar de richtlijn, artikel 2 verbiedt het in de handel brengen en gebruiken van producten die niet aan de voorschriften voldoen, en artikel 3 lid 1 maakt een opgesomde reeks richtlijnartikelen plus bijlage II rechtstreeks verbindend.
De taaleisen lopen gelijk op met die van het drukapparatuurbesluit, en dat scheelt werk bij samenloop: instructies en veiligheidsinformatie in het Nederlands (artikel 3 lid 2), de EU-conformiteitsverklaring in het Nederlands of Engels (artikel 3 lid 3). Eén Nederlandstalige gebruiksaanwijzing en één verklaring volstaan dus voor beide richtlijnen.
“Geen ATEX” betekent niet “geen verplichting”
Dit is het punt waarop de verantwoordelijkheid verschuift in plaats van verdwijnt. Valt uw passieve drukvat buiten ATEX, dan komt het alsnog in het explosieveiligheidsdocument van de werkgever terecht. Het Arbobesluit eist dat document vóór aanvang van de arbeid en bij iedere belangrijke wijziging (artikel 3.5c lid 1), met daarin onder meer de waarschijnlijkheid dat ontstekingsbronnen — elektrostatische ontladingen daaronder begrepen — aanwezig zijn, actief worden en daadwerkelijk ontsteken (lid 2 onder b), en de zone-indeling (lid 4 onder c juncto artikel 3.5d lid 5).
En dan de bepaling die precies over uw vat gaat: artikel 3.5e onder d verklaart de toelatingstoets van onderdeel c van overeenkomstige toepassing op arbeidsmiddelen en verbindingsstukken die géén apparaten of beveiligingssystemen in de zin van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel zijn, indien hun opneming in de installatie aanleiding kan geven tot ontstekingsgevaar. Buiten ATEX, binnen het explosieveiligheidsdocument. Artikel 3.5e onder i eist bovendien dat de explosieveiligheid van de gehele installatie vóór de eerste inbedrijfstelling door een ter zake deskundig persoon wordt gecontroleerd.
Waar het misgaat
| Wat er wordt gezegd | Wat er staat |
|---|---|
| “Mijn vat staat in zone 1, dus het moet ATEX-gecertificeerd zijn” | Zone is een eigenschap van de plaats, niet van het vat. Zonder inherente ontvlammingsbron is het geen apparaat in de zin van artikel 2 punt 1 en valt het buiten artikel 1 lid 1. |
| “Voor de zekerheid zetten we een Ex-markering erop” | Doe dat niet. ATEX Guidelines § 41: zulke voorwerpen horen niet van een Ex- of CE-markering op grond van deze richtlijn te worden voorzien, en § 145 waarschuwt tegen misleidende informatie op apparatuur. Het verbod zelf staat in artikel 30 lid 2 van Verordening (EG) nr. 765/2008: de CE-markering mag alleen worden aangebracht waar Unieregelgeving daarin voorziet. |
| “De PED-beoordeling dekt het explosiegevaar ook” | Nee. Bijlage I, opmerkingen vooraf punt 3 beperkt de analyse tot het drukgevaar; richtsnoer I-24 zegt expliciet dat de PED explosies die niet door druk worden veroorzaakt niet beschouwt. |
| “Twee richtlijnen, dus twee keer CE en twee verklaringen” | Eén markering en één verklaring (ATEX artikel 14 lid 3, PED artikel 17 lid 3). Alleen het identificatienummer kan verdubbelen. |
| “PED categorie II is ATEX categorie 2” | Twee losse stelsels zonder conversieregel: de PED-categorie drukt drukrisico uit, de ATEX-categorie een beschermingsniveau tegen ontsteking. |
| “Categorie I plus ATEX betekent: beide” | Juist niet. Dan valt de PED weg (artikel 1 lid 2 onder f, onder vi) en blijft alleen ATEX over. |
| “De fabrikant bepaalt de zone” | De werkgever zoneert, in het explosieveiligheidsdocument (Arbobesluit artikel 3.5d lid 5). De fabrikant kiest groep en categorie als bedoeld gebruik (ATEX artikel 2 punt 9). |
Veelgestelde vragen
Valt een stalen drukvat in een gevarenzone onder ATEX?
Niet als het geen inherente potentiële bron van ontvlamming heeft. Artikel 2 punt 1 van Richtlijn 2014/34/EU vraagt juist dat: een apparaat kan door zijn eigen ontvlammingsbronnen een explosie veroorzaken. Een blank stalen vat zonder elektrisch materieel en zonder bewegende delen heeft die niet, is dus geen apparaat in de zin van de richtlijn en valt buiten artikel 1 lid 1. De ATEX Guidelines noemen een tank in de borderline-lijst uitdrukkelijk als buiten de reikwijdte. Komt er een roerwerk of een sensor op, dan kantelt het.
Mag ik voor de zekerheid een Ex-markering aanbrengen?
Nee. De ATEX Guidelines stellen in paragraaf 41 dat voorwerpen zonder eigen ontstekingsbron niet van een Ex- of CE-markering op grond van deze richtlijn moeten worden voorzien, en paragraaf 145 waarschuwt tegen misleidende informatie op apparatuur, zoals het nummer van een aangemelde instantie waar de richtlijn er geen voorziet. Een markering die niet hoort, is een onjuiste verklaring over uw product.
Mijn apparaat is categorie I en valt onder ATEX. Geldt de PED dan nog?
Nee. Artikel 1 lid 2 onder f, onder vi van Richtlijn 2014/68/EU sluit apparatuur uit die ten hoogste onder categorie I valt en tevens onder Richtlijn 2014/34/EU valt. Overweging 9 geeft de reden: die andere richtlijn wordt geacht voldoende bescherming te geven zolang het drukrisico klein blijft. Komt u op categorie II of hoger uit, dan geldt de PED wél, naast ATEX. PED-richtsnoer A-39 bevestigt dat de uitsluiting ook voor samenstellen geldt.
Hoeveel CE-markeringen en verklaringen horen er bij samenloop?
Eén van elk. ATEX artikel 14 lid 3 en PED artikel 17 lid 3 schrijven allebei voor dat er één EU-conformiteitsverklaring wordt opgesteld voor alle toepasselijke handelingen van de Unie, met vermelding van de publicatiereferenties. De CE-markering geeft in beide richtlijnen aan dat het product aan alle toepasselijke eisen voldoet. Wat kan verdubbelen is het identificatienummer achter de markering, en alleen als twee verschillende instanties bij de productiecontrolefase betrokken zijn.
Wat moet ik mijn afnemer meegeven als mijn vat buiten ATEX valt?
De gegevens die hij voor zijn explosieveiligheidsdocument nodig heeft en die de PED niet van u vraagt: de aardingsvoorziening, het geleidingsvermogen van een coating of binnenbekleding, en de oppervlaktetemperatuur die het medium kan opleveren. Het Arbobesluit verklaart in artikel 3.5e onder d de toelatingstoets van overeenkomstige toepassing op arbeidsmiddelen die géén ATEX-apparaat zijn maar bij opneming in de installatie ontstekingsgevaar kunnen geven. Uw vat valt daar precies onder.
Twijfelt u of ATEX op uw apparaat van toepassing is?
De vraag is te beantwoorden met een ontstekingsbronnenanalyse en een blik op uw categorie. Ik reken uw geval door en zet de uitkomst met de bepalingen op papier: dat is de classificatiebeoordeling.
Start de gratis check of bekijk het uitgebreide rapport